Zwarte regenbogen. Oef, zwaar titeltje weer… Toegegeven, Brett Anderson staat in zijn solocarrière al niet bekend om de positieve woorden en boodschappen. Er hangt steevast iets zwartgalligs en melancholisch om hem heen. Mede ook de oorzaak van zijn lijzige, dramatische stemgeluid, natuurlijk. Toch klinken veel nummers op Black Rainbows redelijk lichtvoetig. Neem Brittle Heart, Crash About To Happen of The Exiles en Actors. Tuurlijk, de teksten voelen af en toe nog steeds aan als scheermesjes in een onderarm, toch ligt het muzikaal allemaal wat minder zwaar op de maag. Na het volgeproduceerde album Slow Attack, het donkere Wilderness en de zware, maar tegelijkertijd intieme, titelloze debuutplaat is dat een verrassend leuke afwisseling. Anderson is in een ander muzikaal leven zanger van Suede. De reünie van die Britpopband gaat als een speer, de concertreeks groeit en groeit (volgend jaar een uitgebreide Europese tour alstublieft?). Toch moet gezegd: de solocarrière van Anderson houdt met het verschijnen van Black Rainbows zeker niet op met bestaan.
De Noord-Ierse rockgroep The Answer werd in 2000 opgericht. Jaren van toeren en voorbereiding volgden. De leden zijn erop gebrand de wereld te veroveren. Na zes jaar kwam het langverwachte debuut uit. Ze hadden veel tijd aan componeren en uitvoeren kunnen besteden en het resultaat was er naar. Het album, Rise, werd uitgeroepen tot een van de belangrijkste rock-debuten van 2006. De band beschikt over een uitstekende zanger, een erg goede gitarist en ze hebben ook een bovengemiddelde ritmesectie en pakkende songs. Er volgde een tweede album. Op dit derde album zijn de songs met zorg uitgewerkt, elementen van Foreigner, Bad Company, AC/DC en Led Zeppelin. Ze toerden in het voorprogramma van AC/DC en deden veel ervaring op. Ze begrijpen wat fans willen en kunnen dat ook bieden. Erg goed in hun soort en ze worden groot, dat is al zeker. The Answer is het antwoord op al uw wensen.
Tony Bennett was een onbekende voor mij tot ik hem live zag op het Copenhagen Jazz Festival. Een oude charismatische crooner met een prachtige stem; ik was verkocht! Duets II is de opvolger van een eerdere cd vol duetten met o.a. Paul McCartney, Celine Dion, Sting, Bono, George Michael en Elton John. Op deze opvolger vind je prachtige duetten met o.a. Faith Hill, Andrea Bocelli, Josh Groban, Norah Jones, Willie Nelson, Queen Latifah, John Mayer, K.D. Lang, Sheryl Crow en Mariah Carey. Het nummer wat uiteraard de meeste aandacht zal trekken is het ontroerend gezongen Body and Soul met Amy Winehouse. Een van de laatste opnames voor Amy’s dood. Bijzonder is natuurlijk ook de combinatie van de oude en de jonge crooner wanneer Tony in duet gaat met Michael Buble in Dont Get Around Much Anymore. Hoogtepunten zijn verder vooral The Lady Is A Tramp met Lady Gaga, How Do You Keep The Music Playing met Aretha Franklin en Watch What Happens met Natalie Cole. Tony Bennett is 85 en still going strong!
Tony Bennett was een onbekende voor mij tot ik hem live zag op het Copenhagen Jazz Festival. Een oude charismatische crooner met een prachtige stem; ik was verkocht! Duets II is de opvolger van een eerdere cd vol duetten met o.a. Paul McCartney, Celine Dion, Sting, Bono, George Michael en Elton John. Op deze opvolger vind je prachtige duetten met o.a. Faith Hill, Andrea Bocelli, Josh Groban, Norah Jones, Willie Nelson, Queen Latifah, John Mayer, K.D. Lang, Sheryl Crow en Mariah Carey. Het nummer wat uiteraard de meeste aandacht zal trekken is het ontroerend gezongen Body and Soul met Amy Winehouse. Een van de laatste opnames voor Amy’s dood. Bijzonder is natuurlijk ook de combinatie van de oude en de jonge crooner wanneer Tony in duet gaat met Michael Buble in Dont Get Around Much Anymore. Hoogtepunten zijn verder vooral The Lady Is A Tramp met Lady Gaga, How Do You Keep The Music Playing met Aretha Franklin en Watch What Happens met Natalie Cole. Tony Bennett is 85 en still going strong!
Het jonge Belgische duo noemde zich eerst naar een album van The Black Keys (Thickfreakness), maar onder hun huidige naam zijn ze die vergelijking nu wel ontgroeid. Hun nieuwste album, die in de USA bij David Letterman’s label CEM gaat uitkomen, combineert de harde punkblues sound, met diverse deelgebieden van de popmuziek. Het poppy Skin lijkt zowaar het ritme van Norman Greenbaum’ s Spirit In The Sky te hebben geleend, terwijl opener Madhouse juist de andere kant opvliegt en de invloed van The Stooges blootlegt. Purisme is de mannen vreemd, aangezien ook middelen als drumcomputers en andere elektronica wordt ingezet om het maximale uit de songs te halen, hoewel de gitaar natuurlijk altijd de boventoon blijft voeren. Met afstand hun meest toegankelijke album, maar nergens wordt een knieval naar de commercie gemaakt, waardoor Black Box Revelation klaar lijkt om ook buiten België een hitstatus te gaan bereiken.
Vijfde album alweer van dit kwartet vrouwelijke singer/songwriters uit San Francisco dat sinds 2000 onder de naam Blame Sally geregeld de handen ineenslaat, maar waarvan de leden ook solo actief blijven. Net als de zeer goed ontvangen vorige plaat, Severland uit 2007, staat Speeding Ticket And A Valentine vol met fraaie folky pop liedjes in de beste Lilith Fair traditie. Dixie Chicks, Indigo Girls en Wailin’ Jennys zijn voor de hand liggende referenties en Blame Sally haalt op deze prima plaat moeiteloos eenzelfde niveau.
Lastig geval, die nieuwe van Blitzen Trapper. Aan de ene kant klinkt de plaat als een klok, aan de andere kant doet het wel heel letterlijk denken aan het vroege werk van Lynyrd Skynyrd en andere southern rockbands. En da’s best gek voor een band uit Portland, Oregon in het noordwesten van Amerika. Nu was er op de eerdere platen van Blitzen Trapper natuurlijk ook americana te horen, hetzij wat origineler en vooral eigenzinniger verpakt. Die moeite wordt dit keer niet genomen, wat een op een bizarre manier een bijna gedateerd klinkende plaat oplevert. Da’s niet perse negatief, maar wel wat vreemd. Nummers als Fletcher, Your Crying Eyes en Street Fighting Sun doen je die verbazing wel even vergeten, maar over het geheel blijft er toch een wat vreemd en vooral stoffig nasmaakje achter. Met de inspiratie voor de plaat is niks mis, maar de uitwerking ervan had wel wat frisser gemogen.
Door omstandigheden deed dit negende album even op zich wachten, maar het resultaat mag er zijn. Ondanks de hulp van Steve Shelley en de hoorbaar aanwezige Buddy Cage, werd Our Blood een stemmig en ingetogen album. Ingekleurd naast gitaren, met pedal steel, orgel en een zoet galmend Fender Rhodes geluid, kreeg Richard Buckner's kalmerende stemgeluid een perfecte begeleiding. In deze setting zet hij al direct sfeer tijdens het openingnummer Traitor dat een van het meest uptempo liedjes is van Our Blood. Buckner deed de productie zelf, samen met J.D. Foster die eerder al samen werkte met Calexico en Richmond Fontaine. De ondersteunende begeleiding op bijvoorbeeld Collusion of Hindsight geeft een ruimtelijke invulling aan het totaalgeluid. Het laat horen dat zijn samenwerking met Foster een geslaagde was. Het is dan ook goed om te merken dat Richard Buckner in muziek en tekst weer helemaal terug is.
The Chakras komen oorspronkelijk uit Ierland, maar verhuisden naar Londen om dichter
bij de actie te zitten. Ze hebben dat Keltische, dat bands uit Ierland hebben. De band,
een vijftal aangevuld met een drummer, maakt grootse en meeslepende muziek.
Dit debuut is mooi geproduceerd. Producer Jaz Rogers werkte met Chris
Potter, bekend van Urban Hymns van The Verve en gaf het een ruimtelijk en weids
geluid. Af en toe zijn wel wat flarden U2 te ontdekken, bands uit Ierland zullen daarmee
altijd vergeleken worden, maar ze hebben een eigen geluid. Tussen The Verve
en Arcade Fire op weg naar succes.
Na een stuk of acht puike studioplaten vond Slaid Cleaves de tijd rijp voor het uitbrengen van een live-album. En waar zou hij de opnamen hiervoor beter kunnen laten maken dan in zijn eigen stamkroeg The Horseshoe Lounge in Austin, Texas? Slaid speelt hier een thuiswedstrijd en dat is te horen ook. De sfeer is uitgelaten en het plezier waarmee Slaid en zijn bandleden Michael O’Connor (gitaar) en Oliver Steek (accordeon, trompet en harmonica) spelen druipt er vanaf. In een set van anderhalf uur komen 21 songs voorbij: een gulle greep uit het werk van de afgelopen jaren, maar ook de gloednieuwe song Go For The Gold tot besluit van het gloedvolle optreden. O ja, de twee cd’s gaan vergezeld van twee bierviltjes en zijn gevat in een alleraardigst kartonnen klaphoesje.
Met zijn de debuut uit 1998 bewees Adam Cohen veel meer te zijn dan de zoon van een wereldberoemde vader die toevallig zelf ook muziek maakt. Dat titelloze debuut klonk al opvallend volwassen en die lijn zette Cohen voort op Melancolista (2004), terwijl met de band Low Millions ook successen vierde. Like A Man is tegelijkertijd een stijlbreuk met zijn eerdere werk en een soort van thuiskomen, want op deze plaat klinkt Adam opvallend als… Leonard. What Other Guy is zelfs een directe song voor zijn vader, doorspekt met verwijzingen naar platen van zijn vader, vol biografische details en dankzij de instrumentatie en achtergrondzangeressen ook in de sound een eerbetoon. Het titelnummer klinkt zelfs als een verloren Leonard Cohen-klassieker. Adam Cohen is er zelf duidelijk over: ‘Despite my efforts to carve out a different identity, really I belong to a long line of people who have embraced their father’s business.’ En dat resulteert in een plaat die niet plagieert, maar een waardige aanvulling is op het werk van zijn vader. En gezien het krankzinnig hoge niveau van dat werk, is dat een beluistering meer dan waard.
Het eerste wat opvlt aan de nieuwe Cooper is de titel, een rechtstreekse verwijzing naar de gelijkluidende plaat uit 1975. De 2 in de titel wijst op de opvolger van dit meesterwerk. Het tweede wat opvalt is dat waar de eerste de originele band achter liet, deel ttwee juist op twee nummers die originele band terug laat keren. Overigens zonder Glen Buxton ntuurlijk die in 1997 overleed. Welcome 2 My Nightmare is net als de eerste versie een zeer gevarieerde plaat en opnieuw geproduceerd en meegeschreven door Bob Ezrin. Bij de eerste beluistering lijkt het gelijk of de tijd stil gestaan heeft. Hoewel een modern sausje in het prachtige openingsnummer lijkt de plaat elementen te bavatten uit de hele carriere van Alice Coope. Van garagerock tot disco en van vaudeville tot flinke hardrock is Welcome 2 My Nightmare een plaat geworden die weinigen verwacht hadden dat Alice die ooit nog zou maken. Veertien spetterende tracks met een bonustrack in de vorm van We Gotta Get Out Of This Place. Nou, laat mij nog maar even in deze fantastische nachtmerrie zitten.
De Vlamingen die met hun debuutplaat Enter The Characters een bliksemstart maakten en met de singles Rex en Justine in België niet uit de hitlijsten waren weg te slaan, keren terug met een goede opvolger. Vanaf de eerste klanken van Onwards & Upwards is de belangrijkste verandering direct hoorbaar: er is namelijk plaats gemaakt voor toetsen. Nog steeds is de invloed van The Smiths en The Cure duidelijk hoorbaar, maar ook Interpol en The Editors zullen de eerste namen zijn die in je opkomen als je de nummers hoort. Toch klinken deze jongens op dit album, dat geproduceerd wordt door Jo Francken (verantwoordelijk voor het succes van Milo en Triggerfinger), erg fris op deze in The Abbey Road Studios gemasterde opvolger. Met name de eerste nummers klinken een stuk melodischer en gevoeliger dan we van ze gewend waren. De teksten zijn persoonlijker en nog steeds doorspekt van ironie, een handelsmerk van de band die het ook een eigen karakter geeft. Met deze plaat gaan ze de rest van Europa veroveren!
Na Gavin DeGraw’s fijne debuut Chariot, dat in de stripped-versie de meeste indruk maakte, viel de overgeproduceerde titelloze opvolger uit 2008 een beetje tegen. Het in 2009 verschenen Free klonk een stuk losser, maar voor zijn vierde plaat huurde DeGraw Ron Aniello in als producer. Veel nieuwe inzichten levert dit niet op, maar de ietwat slicke productie van Aniello zit de tien liedjes als gegoten. Hoewel ik me niet aan de indruk kan ontrekken dat Gavin DeGraw een betere plaat in zich heeft als hij wat meer risico zou durven nemen, is Sweeter een prima popalbum dat de fans zeker zal plezieren.
Meeste muziekliefhebbers hebben wel een band waar het voor hun allemaal mee begonnen is. Voor Kris Delmhorst waren dat the Cars. Daarom besloot zijn een coveralbum op te nemen ter ere aan deze jaren 80 band. Een in mijn ogen bijzonder besluit voor een singer-songwriter in de folk en americana hoek. Misschien raakte ze geïnspireerd door haar echtgenoot Jeffrey Foucault die eerder hetzelfde deed voor John Prine? Cars is een verzameling van 11 nummers geworden, uitgevoerd in een americana jasje maar tegelijkertijd toch vasthoudend aan het origineel. Tijdens de opnames werd Delmhorst begeleidt door haar band, waarin Greg Hawkes (van the Cars zelf) Ukulele speelt! Leuk voor mensen die the Cars nog niet kennen. Leuk voor mensen die het originele geluid van the Cars niet aan konden horen, maar de sterke nummers van Ric Ocasek toch een kans willen geven. Maar vooral leuk voor alle Kris Delmhorst fans!
Alex Zhang Hungtai is een in Taiwan geboren muzikant. Momenteel woont hij in Canada.
Onder de naam Dirty Beaches bracht hij muziek uit, maar instrumentaal en
het waren voornamelijk ep's. Hungtai heeft een aparte stijl, die sterke echo's van Roy
Orbison kent, maar de nummers zijn dromerig met een scherp randje. Hungtai is veel
onderweg en de muziek is gemaakt voor een minimalistische road-movie. Hij heeft een
diepe doodgravers-stem, er klinkt een enkele gitaar en verdwaalde apparatuur. Intrigerend
en apart, beetje spookachtig, waarin verdwaalde geesten opdoemen.
Maar als je vaker luistert zal je gefascineerd zijn door dit interessante debuut-album.
De boodschap dat hij nu wel eens een positief album wou maken, in combinatie met onbeschaamde liefdesverklaringen in country-getinte songs als Sweetheart en Moonbeam op dit nieuwste album, zou de tot de voorbarige conclusie kunnen leiden dat de oude punkrocker zijn wilde haren kwijt is. Maar niets is minder waar, getuige de uitbundige rockers Never Enough en Jump Into My Arms, waarin hij rockt als de Stones anno Exile, inclusief fraaie koortjes. Zijn voorliefde voor roots muziek gecombineerd met zijn punkrock instelling blijkt geen belemmering om ook met een positieve instelling een fraai album op te leveren.
Twee jaar na het debuutalbum I Will Be, dat volstond met aanstekelijke sixties garage en lo-fi noise pop, pakken de coole Dum Dum Girls de zaken op hun tweede plaat net even wat grootser aan. De liedjes hier zijn avontuurlijker, Dee Dee zingt zelfbewuster en beter, en de karakteristieke spectoriaanse wall of sound oogt meer solide. Kort samengevat klinken de Dum Dum Girls op Only In Dreams dus ambitieuzer en serieuzer, zonder dat dit ten koste gaat van de coolness. Hele goeie plaat!
Vinyl is enorm hip, en als er een plaat is die zich voor dit medium leent, is het de nieuwe Tommy Ebben. Kant 1 kent een licht-experimentele inslag, waarin hij niet bang is zijn rootsrock te verrijken met folk-invloeden, tegendraadse ritmes en minder voor de hand liggende wendingen. De folk komt uit de viool van nieuw bandlid Matthijs Barnhoorn wiens bijdragen meer diepgang aan het materiaal geven. De introspectie van Raynie, My Son en Ikarus laten horen dat het Ebben ook tekstueel uitdaagde om dieper te gaan dan voorheen. De plaat omdraaiend knallen we vervolgens het titelnummer in, voorzien van een vette Stones-riff, en de aftrap van een aantal nummers die laten horen dat het ook goed rock ’n rollen is met de Villains. Hoogtepunt Louisiana is wellicht het meest traditionele rock nummer wat Ebben en zijn mannen ooit opnamen, maar laat gelijk horen dat ze dit genre tot in de puntjes beheersen. Na zijn leuke debuut een al even verassende opvolger, waar diepgang en vernieuwing hoog in het vaandel staan, zonder de rock ’n roll een moment uit het oog te verliezen.
Oftewel The Band Formerly Known As The Family. Zich (inmiddels) verhoudend tot Zijne Purperen Hoogheid Prince als Beatrix tot Margaretha -vandaar die naam, een vondst!- die in 1985 één legendarische plaat neer hebben gezet, die nu nog nadreunt als absoluut collector's item in vele opzichten. Bij hedendaags fenomeen ?uestlove van The Roots staat The Family in zijn Top10 aller tijden, om nog maar te zwijgen van de lofbetuigingen van Sheila E. en Rashaan Patterson. Een hit (Screams Of Passion) en, meer nog, het origineel van Sinéad O'Connor's Nothing Compares To You. Met nota bene de (dan) verloofde van Prince Susannah Melvoin, tweelingzus van Wendy (van Lisa, bent u daar nog?) die overigens op FDeluxe alleraardigst bijdragen, in de gelederen en muzikanten van onder meer The Time, gunden Prince en zijn familie een kijkje in Zijn toekomst oftewel hoe later Parade en Sign Of The Times gingen klinken. Wel, op Gaslight is dat geluid -héél knap, want zonder hulp van Hem, integendeel!- in stand gehouden, zonder echter ook maar ergens ouderwets te klinken. Herinner u het hitje Mountains. Ieder moment zou Candy Dulfer in kunnen vallen, en dat rechtvaardigt die onverwoestare sound van Minneapolis omstreeks 1990 alleen maar des te meer. De vier origenele leden, buiten Melvoin cream of the crop St. Paul Peterson, Eric Leeds en Jellybean Johnson zijn gewoon nooit weggeweest. Kopen is het derhalve ons advies, want Gaslight is reeds bij uitkomst een collector's item. Welke zou Sinéad deze keer kiezen?
Leslie Feist heeft al miljoenen albums verkocht en toch blijft ze een buitenbeentje. Het is alweer vier jaar geleden dat ze voor het laatst wat van zich liet horen. Binnen de dance scene werd haar door Boys Noise geremixte nummer My Moon My Man een grote hit, maar ook de rest van het album The Reminder, uit 2007, waar ook My Moon My Man opstaat, bracht de Canadese zangeres de nodige faam. Zelfs voormalig Apple voorman Steve Jobs gebruikte het aanstekelijke nummer 1234 van deze plaat voor een iPod commercial. Metals is alles waar Feist voor staat. Melancholisch, breekbaar, intens, organisch, intiem, mooi, warm. Ook nu heeft ze weer samengewerkt met haar vaste producers Chilly Gonzales en Mocky, maar nieuw is de samenwerking met de IJslandse producer Valgeir Sigurðsson, bekend van onder meer Bjork en Bonnie "Prince" Billy. Maar de zangeres heeft zichzelf ook ontwikkeld. Haar benadering is meer bluesy en folky geworden, iets robuuster en minder ingetogen en meer indie. Naast haar gitaar, heeft ze ook meer gewerkt met piano, strijkers, blazers, subtiele percussie en natuurlijk haar warme, fragiele en vooral gewoon schitterende stem. Op Metals blaakt de Canadese van het zelfvertrouwen. Haar donkere nummers weet ze zonder enige moeite een vrolijk randje te geven. Het is overigens haar eerste plaat waarop geen covers staan. Metals is een bijzonder album, een parel zonder enige pretentie. Feist heeft zichzelf niet uitgemolken door op het succesconcept van The Reminder door te gaan, maar door te kiezen voor iets niets. (JVo)
Leslie Feist heeft al miljoenen albums verkocht en toch blijft ze een buitenbeentje. Het is alweer vier jaar geleden dat ze voor het laatst wat van zich liet horen. Binnen de dance scene werd haar door Boys Noise geremixte nummer My Moon My Man een grote hit, maar ook de rest van het album The Reminder, uit 2007, waar ook My Moon My Man opstaat, bracht de Canadese zangeres de nodige faam. Zelfs voormalig Apple voorman Steve Jobs gebruikte het aanstekelijke nummer 1234 van deze plaat voor een iPod commercial. Metals is alles waar Feist voor staat. Melancholisch, breekbaar, intens, organisch, intiem, mooi, warm. Ook nu heeft ze weer samengewerkt met haar vaste producers Chilly Gonzales en Mocky, maar nieuw is de samenwerking met de IJslandse producer Valgeir Sigurðsson, bekend van onder meer Bjork en Bonnie "Prince" Billy. Maar de zangeres heeft zichzelf ook ontwikkeld. Haar benadering is meer bluesy en folky geworden, iets robuuster en minder ingetogen en meer indie. Naast haar gitaar, heeft ze ook meer gewerkt met piano, strijkers, blazers, subtiele percussie en natuurlijk haar warme, fragiele en vooral gewoon schitterende stem. Op Metals blaakt de Canadese van het zelfvertrouwen. Haar donkere nummers weet ze zonder enige moeite een vrolijk randje te geven. Het is overigens haar eerste plaat waarop geen covers staan. Metals is een bijzonder album, een parel zonder enige pretentie. Feist heeft zichzelf niet uitgemolken door op het succesconcept van The Reminder door te gaan, maar door te kiezen voor iets niets.
Limited Deluxe Inc Poster
1 The Bad In Each Other
2 Graveyard
3 Caught A Long Wind
4 How Come You Never Go There
5 A Commotion
6 The Circle Married The Line
7 Bittersweet Meloies
8 Anti Pioneer
9 The Undiscovered First
10 Cicadas And Gulls
11 Comfort Me
12 Get It Wrong, Get It Right
Portland is de thuishaven van Sallie Ford & The Sound Outside. En Portland is de hoofdstad van hippe bandjes. Maar Sallie Ford houdt niet zo van eenheidsworst en heeft daarom eigenlijk een hekel aan hip. Het debuutalbum, Dirty Radio, is dan ook een muzikale mix van jaren-50-rock-‘n-roll, jazz, blues en country; allerlei grote namen van vroeger zijn een belangrijke inspiratie. Nostalgie staat dus hoog in het vaandel, maar wel degelijk met een eigen draai! Sallie Ford’s stem, de staande bas van Tyler Tornfelt en het gitaarwerk van Jeffrey Munger: allemaal elementen die Dirty Radio een afwisselend en soms lekker rauw geluid meegeven. Nummers als I Swear, Cage, Against The Law en Miles zijn daar goede voorbeelden van. Sallie Ford & The Sound Outside hebben hoorbaar plezier en dat levert een directe, enthousiaste plaat op. En ondertussen zijn ze eigenlijk ook nog heel hip, maar dan wel met een vintage-randje.
Sinds Noels vertrek uit Oasis in 2009, toch een van de grootste Britse rockbands van de afgelopen decennia, was het wachten op hét solo-album. Beady Eye van broer Liam maakte extra nieuwsgierig. Noels solodebuut stelt niet teleur en belichaamt perfect wat zijn kracht bij Oasis ook al was: melancholisch semi-optimisme. Wel voelt het album minder gejaagd: Noel klinkt laid-back, alsof hij eindelijk (weer) de ruimte had om lekker zijn gang te gaan. Typisch Noel is dan ook dat het album begint met een kuch. Vervolgens volgt een gevarieerd menu aan onmiskenbare Noel-composities. Openingsnummer Everybody’s On The Run is meeslepend dramatisch inclusief koor, Dream On is Beatle-esk melodieus, The Death Of You And Me wordt ragtime-achtig stampend begeleid en Soldier Boys and Jesus Freaks klinkt als een verlaten nachtclub. Afsluiter Stop The Clocks is een niet eerder uitgebracht Oasis-nummer dat zorgt voor een spetterende finale. Het overkoepelende thema is hoorbaar in zowel tekst als muziek, volgens Noel “het vinden van melancholie in geluk en schoonheid in de grauwe dagelijkse sleur”. Noel Gallagher's High Flying Birds komt uit op Noels eigen label, Sour Mash Records, en is mede-geproduceerd door Dave Sardy, bekend van onder andere Oasis (!). Duidelijk mag zijn dat het album, ondanks de vele gastartiesten, niet ver af staat van de ‘Noel-nummers’ van Oasis. Maar dat is wel precies waar iedereen nu, terecht, naar wil luisteren. De experimenten laten we graag over aan het tweede album, gemaakt in samenwerking met Amorphous Androgynous, dat in 2012 zal uitkomen.
Sinds Noels vertrek uit Oasis in 2009, toch een van de grootste Britse rockbands van de afgelopen decennia, was het wachten op hét solo-album. Beady Eye van broer Liam maakte extra nieuwsgierig. Noels solodebuut stelt niet teleur en belichaamt perfect wat zijn kracht bij Oasis ook al was: melancholisch semi-optimisme. Wel voelt het album minder gejaagd: Noel klinkt laid-back, alsof hij eindelijk (weer) de ruimte had om lekker zijn gang te gaan. Typisch Noel is dan ook dat het album begint met een kuch. Vervolgens volgt een gevarieerd menu aan onmiskenbare Noel-composities. Openingsnummer Everybody’s On The Run is meeslepend dramatisch inclusief koor, Dream On is Beatle-esk melodieus, The Death Of You And Me wordt ragtime-achtig stampend begeleid en Soldier Boys and Jesus Freaks klinkt als een verlaten nachtclub. Afsluiter Stop The Clocks is een niet eerder uitgebracht Oasis-nummer dat zorgt voor een spetterende finale. Het overkoepelende thema is hoorbaar in zowel tekst als muziek, volgens Noel “het vinden van melancholie in geluk en schoonheid in de grauwe dagelijkse sleur”. Noel Gallagher's High Flying Birds komt uit op Noels eigen label, Sour Mash Records, en is mede-geproduceerd door Dave Sardy, bekend van onder andere Oasis (!). Duidelijk mag zijn dat het album, ondanks de vele gastartiesten, niet ver af staat van de ‘Noel-nummers’ van Oasis. Maar dat is wel precies waar iedereen nu, terecht, naar wil luisteren. De experimenten laten we graag over aan het tweede album, gemaakt in samenwerking met Amorphous Androgynous, dat in 2012 zal uitkomen.
“Gevarieerd en sfeervol, iets moois uit Zweden”, schreef een collega een paar maanden geleden over Oh Woe!, het tweede album van de Zweden Linus Lindvall en Andreas Olrog. Scissors And Happiness is niet alweer een nieuwe plaat, maar het debuut van Golden Kanine, dat in 2009 in zeer gelimiteerde oplage alleen in Scandinavië en Duitsland werd uitgebracht. Het typerende en rijke geluid van het lovend ontvangen Oh Woe!, een aparte mix van indierock, lo-fi en folk, is ook hier al in volle glorie te horen. Songs: Ohio, Neil Young, Wolf Parade, Modest Mouse en Will Oldham vormen naar eigen zeggen de belangrijkste inspiratiebronnen en daar durven wij best Bright Eyes, 16 Horsepower en soortgelijke bands aan toe te voegen, maar gelukkig weet Golden Kanine toch een behoorlijk eigen sound te creëren.
Misschien was het toch niet zo’n goed idee van Wesley Strace om voor de artiestennaam John Wesley Harding te kiezen.
Zijn muziekcarrière verloopt wat moeizaam, terwijl de boeken die hij onder zijn eigen naam schrijft de winkel uitvliegen.
Misschien heeft het toch iets te maken met Dylan-associaties die de naam John Wesley Harding oproept.
Aan de kwaliteit van de CD’s kan het zeker niet liggen. Ook The Sound of His Own Voice is weer van een hoge kwaliteit.
John Wesley Harding trakteert de luisteraar op soepele popsongs als Captain Couragous, Uncle Dad en Gentleman Caller.
Het vakmanschap en speelplezier spat er van af.
Prachtig, een niet eerder ontdekte parel van The Chi-Lites. Zou u kunnen denken bij het beluisteren van Get To Know You, het eerste nummer van dit album. Niets is minder waar natuurlijk, maar Eugene Record’s prachtige stem wordt wel naar de kroon gestoken door deze blanke jongeman, die als producer zijn naam neerzette, en nu met zijn tweede album zich definitief als soulman pur sang presenteert. Uit Detroit afkomstig, en dus is het geen verassing dat met name de Noordelijke soul variant als invloed dient, met Chicago (Curtis Mayfield, Chi-Lites) en Detroit zelf (Motown) als belangrijkste ijkpunten. A Long Time doet in de verte denken aan The Supremes’ Come See About Me, terwijl Stick Around door zijn meerstemmige zang de vroege Temptations in herinnering roept. Op Lowlands wist hij ook live te overtuigen, waarmee helder is dat ondanks het grote aanbod van soul artiesten tegenwoordig Mayer Hawthorne zich bij de top van dit genre heeft weten te vestigen.
tracklist
Get To Know You
A Long Time
Can’t Stop f. Snoop Dogg
Dreaming
The Walk
Finally Falling
Hooked
Stick Around
The News
You Called Me
You’re Not Ready
No Strings
Scar (2001) markeerde een nieuwe weg voor Joe Henry. De vrij traditioneel begonnen singer-songwriter vond daarop voor het eerst een deels aan Tom Waits-verwant geluid. Sinds zijn overstap naar Anti heeft Henry louter prachtplaten afgeleverd, culminerend in het onvolprezen Civilians. Productiewerk (Solomon Burke, Bettye Lavette, Elvis Costello) eist een groot deel van zijn tijd op, maar Henry is onverminderd productief, getuige Reverie, inmiddels zijn twaalfde. Hoewel het album geheel akoestisch is, ligt het duidelijk in de lijn van Civilians en bevat wederom louter hoogtepunten. Het begint gelijk ijzersterk met het dreigende Heaven’s Escape en het opzwepende Odetta. Sticks & Stones klinkt alsof je het al jaren kent en Tomorrow Is October is een hartverscheurende ballade. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Een juweel.
Debuterend folkie Howard had al drie singles in de Engelse charts, dus werd er reikhalzend uitgekeken naar zijn debuut. Op Island, het label waar ook zijn grote helden Nick Drake en John Martyn onderdak vonden. Hun invloeden zijn zeker aanwezig op Every Kingdom, al is het maar in de manier waarop natuurliefhebber Howard de wereld om hem heen gebruikt om menselijke relaties te beschrijven. De akoestische inslag van het materiaal staat een felle voordracht niet in de weg, getuige bijvoorbeeld The Wolves, waarbij een aan de Fleet Foxes herinnerend intro de opmaat is voor een schreeuw om meer liefde in de wereld. Geen nieuw thema, maar hier wel met een oprechte passie en muzikaliteit gebracht die volledig overtuigt. Het constante gebruik van de cello geeft een statige sfeer aan met name de rustigere nummers, maar aangezien het tempo, met dezelfde instrumentatie, net zo vaak wordt opgeschroefd, is er een mooie afwisseling zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan het coherente geheel. In Engeland inmiddels binnengehaald als The Next Big Thing, wat ons altijd achterdochtig maakt, maar we moeten toch echt toegeven dat hier in artistiek opzicht een talent is opgestaan, die de vooruitstrevende Island folk traditie met verve kan dragen.
Folkie Howard had al drie singles in de Engelse charts, dus werd er reikhalzend uitgekeken naar zijn debuut op Island, het label waar ook zijn grote helden Nick Drake en John Martyn onderdak vonden. Hun invloeden zijn zeker aanwezig op Every Kingdom, al is het maar in de manier waarop natuurliefhebber Howard de wereld om hem heen gebruikt om menselijke relaties te beschrijven. De akoestische inslag van het materiaal staat een felle voordracht niet in de weg, getuige bijvoorbeeld The Wolves, waarbij een aan de Fleet Foxes herinnerend intro de opmaat is voor een schreeuw om meer liefde in de wereld. Geen nieuw thema, maar hier wel met een oprechte passie en muzikaliteit gebracht die volledig overtuigt. Het constante gebruik van de cello geeft een statige sfeer aan met name de rustigere nummers, maar aangezien het tempo, met dezelfde instrumentatie, net zo vaak wordt opgeschroefd, is er een mooie afwisseling zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan het geheel. In Engeland inmiddels binnengehaald als The Next Big Thing, wat ons altijd achterdochtig maakt, maar we moeten toch echt toegeven dat hier in artistiek opzicht een talent is opgestaan dat de vooruitstrevende folktraditie van Island met verve kan dragen.
CD 1:
01 Old Pine
02 Diamonds
03 The Wolves
04 Everything
05 Only Love
06 The Fear
07 Keep You Head Up Black Flies
08 Gracious
09 Promise
CD 2:
01 These Waters
02 Empty Corridors -live
03 Under the Same Sun
04 Bones
05 I Will Be Blessed
06 Move Like You Want -live
DVD 3:
01 Old Pine -music Video
02 The Wolves -music Video
03 Keep Your Head Up -music Video
04 The Wolves -woodland Sessions
05 Old Pine -woodland Sessions
06 Everything -woodland Sessions
07 Highland Drifting -behind the Scenes
08 Making the Cover -behind the Scenes
09 The Barn -behind the Scenes
Ice Age is een hele jonge nieuwe Deense groep. Opgericht in Kopenhagen, maakt de band harde en compromisloze punk die herinnert aan Wire, maar ook Joy Division en Killing Joke zijn niet ver weg. De songs staan vol met krassende gitaren, beukende drums en duistere zang. Inmiddels hebben ze twee keer op Roskilde gestaan, het grote Deense popfestival. In Denemarken zijn ze al zeer bekend, ook door hun nihilistische opvattingen. Zanger Bender Ronnenfelt wil bijvoorbeeld geen muziek meer maken als hij oud is, en er zijn ook weinig bands die ze benijden. Ze willen plezier hebben en zich aan de wereld laten zien. Op tournee in Amerika speelden ze alle zalen plat. Het is aan dit debuut om ze een plaats in de geschiedenis te geven. Hun rauwe en beukende muziek is misschien niet voor iedereen, maar ze zijn brutaal genoeg om ver te komen. Talent genoeg.
De Tjechische Marketa Irglova vormt (of is het inmiddels ‘vormde’) samen met de Ier Glen Hansard (van The Frames) The Swell Season. Voor hun liedje Falling Down (van de film Once) hebben ze een Oscar gewonnen. Anar is het solo-debuut van Marketa Irglova, opgenomen in Chicago een jaar na de (relationele) breuk met Glen Hansard. Op het zeer gevoelige en breekbare Anar staat vast een aantal liedjes die deze breuk als inspiratiebron hebben. Marketa Irglova speelt zelf piano en neemt natuurlijk de vocalen voor haar rekening. De opener Your Company zet al direct de toon voor de rest van de plaat: prachtige, delicate zang en pianospel. De percussie is perfect ingetogen, zoals ook op de meeste andere liedjes, net als de zo nu en dan te horen strijkers. Het instrumentale Last Fall is daarvan het ultieme bewijs. Op de single Go Back zijn zelfs blazers te horen, wat er direct voor zorgt dat dit het meest ‘uitbundige’ nummer van de plaat is. Het in het Iraans (?) gezongen Dokhtar Goochani is de enige niet Engelstalige track. Marketa Irglova heeft een bijzonder mooie debuutplaat afgeleverd: een echte luisterplaat, die mooier en mooier wordt elke keer dat je ‘m hoort.
Naar verluidt sloeg Grace Jones onlangs een duet met Lady Gaga af vanwege haar gebrek aan originaliteit. Jones zou namelijk niet willen samenwerken met een wannabe van zichzelf. De tiende studioplaat van het al weer 63-jarige popicoon roept dan ook wel aardig hoge verwachtingen op. Hurricane Dub is een mix geworden van oud en vernieuwd materiaal. Op dit dubbelalbum de originele tracklist van het album Hurricane uit 2008 te horen, waaronder Williams Blood, Corporate Cannibal en Love You To Live. Daartegenover staat een tweede schijfje, waar alle gedubde versies van deze originele nummers staan. Gekozen is om de bewerkte dub versies een wat donkerder randje mee te geven, met als resultaat een fijn in het gehoor liggende, soms ietwat langgerekte smeltkroes van funk, soul en lounge. Maar het moet gezegd: Grace Jones heeft er een goede neus voor om met conventies te spelen en diverse muziekstijlen samen te smelten tot een originele muzikale belevenis.
CD1
1. 'This Is'
2. 'William's Blood'
3. 'Corporate Canniba'
4. 'I'm Crying (Mother's Tears)'
5. 'Well Well Well'
6. 'Hurricane'
7. 'Love You To Life'
8. 'Sunset Sunrise'
9. 'Devil In My Life'
CD2
1. 'This Is Dub'
2. 'William's Dub'
3. 'Cannibal Dub'
4. 'Well Well Well Dub'
5. 'Crying Dub'
6. 'Hurricane Dub'
7. 'Love You To Life Dub'
8. 'Sunset Dub'
9. 'Devil Dub'
10. 'Hell Dub'
Met tien nummers in bijna vijf kwartier mag duidelijk zijn dat Anthony Joseph en zijn Spasm Band niet op een noot meer of minder kijken. Ook om grote woorden zit deze dichter en schrijver uit Trinidad niet verlegen. “The griot is the sound of universal culture”, deelt hij mee in het openingsnummer Griot dat de luisteraar direct meezuigt, of hij wil of niet. The Spasm Band brengt op haar derde album een hypnotiserende mix van diep in de vroege jaren zeventig gewortelde soul, funk, jazz en wereldmuziek, waarbij de muzikanten soms haast volledig onafhankelijk van elkaar lijken te opereren, maar juist daarmee een fascinerend totaalgeluid creëren. Bovendien bewaken ze samen de groove, terwijl Joseph zijn boodschap zingt en predikt. Verbijsterend dat dit gezelschap nog nauwelijks bekend is. Het kan haast niet anders of Rubber Orchestra gaat daar heel snel verandering in brengen!
Jukebox The Ghost: een drietal uit Philadelphia dat catchy Popmuziek maakt. Inderdaad, met een hoofdletter P. Everything Under The Sun is album nummer twee en kan er zomaar voor gaan zorgen dat alle lichten op groen gaan voor Ben Thornewell (toetsen & zang), Tommy Siegel (gitaar & zang) en Jesse Kristin (drums). De toetsen spelen een ritmische hoofdrol en zorgen voor een karakteristiek geluid. Daardoor doet het af en toe een beetje aan Keane denken, maar Jukebox The Ghost is meer dan dat; bijvoorbeeld door het gebruik van gitaar, blazers en koortjes. De zang is in het openingsnummer nog vrij uitgesproken, maar later blijkt dat Thornewell en Siegel vocaal vooral erg veelzijdig zijn. Jukebox The Ghost laat allerlei invloeden voorbij komen en toch is dit een album met veel samenhang, dankzij de produktie van Peter Katis die ook achter de knoppen zat bij Interpol en The National. Goed gedaan.
Wie al eerder van deze Engelse britrock band heeft gehoord zal zich niet verbazen over de naam van het vierde album van de groep. Kasabian staat al sinds hun naamloze debuut uit 2004 bekend om hun meeslepende, onheilspellende en licht gewelddadige sound inclusief bijpassend woordgebruik. Creatief draait alles om de hersenspinsels van componist en gitarist Sergio Pizzorno, welke vervolgens strak en krachtig worden uitgedragen door zanger Tom Meighan. Typerend voor Kasabian is de experimentele mix van doordenderende energie en psychedelische luiheid: als een strijdend guerrillaleger onder invloed van verdovende middelen. Wel klinkt Velociraptor! minder urgent en agressief dan haar voorgangers, eerder melancholisch en zwierig. Van Days Are Forgotten (met de typische Kasabian “aah-aah-ah” backing vocals) via het ADHD-achtige Velociraptor! tot het electro-psychedelische Switchblade Smiles bevat dit album weliswaar geen grote verrassingen, maar ook zeker geen tegenvallers: gewoon 11 nummers lang degelijke Kasabian-sound.
Wie al eerder van deze Engelse britrock band heeft gehoord zal zich niet verbazen over de naam van het vierde album van de groep. Kasabian staat al sinds hun naamloze debuut uit 2004 bekend om hun meeslepende, onheilspellende en licht gewelddadige sound inclusief bijpassend woordgebruik. Creatief draait alles om de hersenspinsels van componist en gitarist Sergio Pizzorno, welke vervolgens strak en krachtig worden uitgedragen door zanger Tom Meighan. Typerend voor Kasabian is de experimentele mix van doordenderende energie en psychedelische luiheid: als een strijdend guerrillaleger onder invloed van verdovende middelen. Wel klinkt Velociraptor! minder urgent en agressief dan haar voorgangers, eerder melancholisch en zwierig. Van Days Are Forgotten (met de typische Kasabian “aah-aah-ah” backing vocals) via het ADHD-achtige Velociraptor! tot het electro-psychedelische Switchblade Smiles bevat dit album weliswaar geen grote verrassingen, maar ook zeker geen tegenvallers: gewoon 11 nummers lang degelijke Kasabian-sound.
Als je luistert naar A Turn In the Dream-Songs, het nieuwe album van Jeffrey Lewis, kun je je niet aan de indruk onttrekken dat veel van zijn songs soundtrack zijn bij de stripalbums die Lewis ook maakt.
Bij titels als Krongu Green Slime en Cult Boyfriend zie je de omslag van het stripboek als voor ogen.
Lewis heeft veel te zeggen in zijn songs. Luister maar ‘ns naar So What If I Couldn’t Take It, waarin hij bijna over zijn eigen tekst struikelt.
Maar het zijn kleine liedjes als I Got Lost, Time Trades en When You’re By Yourself die de best geslaagde momenten van het album vormen.
A Turn In the Dream-Songs is weer een uitstekend album van dit multi-talent.
Aan het concept van Loney Dear is na zes studioalbums weinig veranderd, of het moet zijn dat de komma enkele jaren gelden uit het midden van de bandnaam is gehaald. Muzikaal houdt het project van multi-instrumentalist Emil Svanängen vast aan gewoontes: rijke orkestraties en zijn kenmerkende, zalvende stem die de liefde bezingt of pakkend meeneuriet en lala't met de melodie. Het is op Hall Music in tegenstelling tot op voorganger Dear John (luister allemaal nog eens naar Summers) wat lastiger zoeken naar de prijsnummers. Maar langzaam ontvouwt dan ook dit album zich als een knap in elkaar stekend werk van droompop, dat in Loney Blues en Durmoll die uitschieters wel degelijk blijkt te hebben. En in What Have I Become? horen we dat toch iets nieuws: een vrouwenstem. Hall Music is als geheel minder uitbundig dan we van Loney Dear gewend zijn. Het is een herfstplaat - en dat komt goed uit.
De Franse band Maison Neuve houdt van Jonathan Richman en The Smiths.
Hun album Joan is eindelijk beter te krijgen. De band bracht de afgelopen jaren
platen uit op obscure labels, die slecht te krijgen waren. Daarom wordt dit album
gezien als hun debuut. Er zijn echo's van Beach Boys en jaren-zestig-pop. Ze
houden van een minimale opzet, en dat leidt tot pure en wonderschone liedjes.
Popsongs met diepte.
Je moet je fans maar zo op de proef durven stellen: drie jaar lang met je eigenlijke band The Bronx geen plaat uitbrengen, maar ondertussen met je Mexicaanse alter-ego Mariachi El Bronx wel met twee platen komen. Die tweede plaat bewijst daarmee dat het geen eenmalige grap is, maar dat de bandleden het mariachibloed echt door de aderen hebben stromen. De zomerse klanken zijn wederom prachtig gearrangeerd en ook zanger Matt Caughthran weet prima raad met de broeierige nummers. De band neemt het ook hoorbaar serieuzer dan op de eerste plaat. De productie klinkt stukken gebalanceerder en op geen enkel moment heb je eigenlijk nog het idee dat je naar een punkband zit te luisteren die je voor de gek houdt. Wederom een heerlijk tussendoortje, vooral in deze beroerde zomer, maar een echte Bronx-plaat mag er nu ook wel weer eens komen.
Vernoemd naar een album van Max Richter brengen zangeres Denise Nouvian en producer Evan Abeele op deze prachtige EP sfeervolle, een sterk op elektronica leunende sound die zowel hedendaagse dreampop als Beach House en Young Galaxy in herinnering roept, als de atmosferische muziek van bijvoorbeeld Cocteau Twins en Julee Cruise. Het door SubPop uitgebrachte The Years telt helaas slechts vijf liedjes, maar een eerste volwaardige plaat schijnt in de maak te zijn. Die kan wat mij betreft niet snel genoeg verschijnen, want dit smaakt absoluut naar meer!
Het laatste, briljante, album van Miracle Fortress is alweer vier jaar geleden
verschenen. De Canadese Graham Van Pelt, die achter de naam schuilgaat, kon
lang schaven aan het materiaal voor de opvolger. Het nieuwe album is dan ook verzorgd,
de productie mooi en de zang klinkt weer melancholiek. Van Pelt heeft
een stemgeluid, dat aan Beach Boys doet denken, maar de muziek doet dat
absoluut niet. Stuk voor stuk weer elektronische miniatuurtjes, die je, als je het
luistert in het grote geheel, een wonderlijke wereld intrekken. Daar slaagt hij goed
in, een eigen sfeer neerzetten. Veel luisteren en verwonderd raken.
De militante houding van Rage Against The Machine kwam grotendeels voor rekening van Tom Morello, die de muzikale strijd tegen onrecht voortzet als The Nightwatchman. Hier echter in de traditie van protestzangers als Woody Guthrie en Bruce Springsteen, waarbij het album laveert tussen Guthrie’s man-met-gitaar aanpak en Springsteen’s rockgeluid. Met Ben Harper legt hij in Save The Hammer For The Man de essentie vast, als hij de onderdrukten dezer aarde tot opstand maant. Een harde boodschap in harde tijden.
James Morrison is zo’n artiest die grote hits kan scoren en tegelijkertijd zijn geloofwaardigheid behoudt. Hij heeft er dan ook de stem en het talent voor. Op de voorgaande twee albums ontbrak het weleens aan samenhang; nu heeft hij producer Bernard Butler aan zijn team toegevoegd en dat pakt goed uit. The Awakening maakt van start tot finish een consistente indruk. Morrison en Butler hebben in de zang en de muzikale omlijsting een soort rust gevonden die goed aanvoelt. De plaat doet regelmatig denken aan oude soul en klinkt erg volwassen. Die volwassenheid is ook begrijpelijk: de 27-jarige Schot werd de afgelopen paar jaar zelf vader maar verloor ook zijn eigen vader. Louterende ervaringen dus. Toch horen, zoals gezegd, hits ook gewoon bij James Morrison. Slave To The Music (geweldige single), Up (duet met Jessie J): airplay gegarandeerd. James Morrison is een blijvertje en dat is maar goed ook.
In 2009 bracht Alan Palomo onder de naam Neon Indian zijn debuutalbum Psychic Chasms uit. Een speels album met aanstekelijke electropop gedoseerd met een gezonde dosis gekte. Met opvolger Era Extraña gooit Palomo het over een andere boeg. De springerige gekte heeft plaats gemaakt voor een warm pallet van gitaren en synths dat regelmatig doet denken aan de shoegaze van My Bloody Valentine en M83. Ook geluidtechnisch heeft het knutselachtige karakter van het debuut plaats gemaakt voor een evenwichtig en gelaagde sound, met dank ook aan Flaming Lips producer Dave Fridmann die het geheel gemixt heeft. Het mooie van alles is dat ook in deze andere setting zijn songs kaarsrecht overeind blijven staan.
Nurses komt uit Portland in Oregon. Een trio, dat in 2009 debuteerde met
Apple's Acre. Voor het nieuwe album sloot de band zich op in een hut aan de kust.
Ze werkten afgelopen winter in absolute afzondering aan dit tweede
album, af en toe luisterend naar Prince. Ze besloten niet te werken als
de geijkte band, maar als multi-instrumentalisten en producers.
Daarom is dit album zo gelaagd, dat er veel geluisterd moet worden om de
schoonheid te begrijpen. Aaron Chapman heeft een aparte stem, met veel soul.
De nummers hebben verwantschap met Grizzly Bear en Ganglians.
Wonderschoon en apart.
Toen wij Luka Bloom onlangs in het Belgische weekblad Humo lazen zeggen dat hij er van overtuigd was dat Ó Lionárd, in een vorig leven zanger van Afro Celt Sound System, de eerste mondiale ster zal worden die in het Iers zingt waren wij op zijn minst geënthousiasmeerd, daar wij het repertoire van Bloom zélf en bij uitbreiding van broer Christy Moore sinds jaar en dag hooglijk waarderen. Stuiten wij, het Iers in al zijn facetten onmachtig, op Foxlight hier dan op een taalbarrière? In het geheel niet! De titels zijn -op twee na- in het Engels en buiten dat is Foxlight vooral een sféér zelden zo tastbaar neergezet, dat wij durven stellen hier te maken te hebben met een once in a lifetime buitenkansje, treffend uitgebracht op het Real World label van Peter Gabriel.
Een paar jaar geleden schreef ik een lovende recensie van Gregory Page’s Love Made Me Drunk. Veel effect had dat niet, want de plaat bleef onopgemerkt, hoewel hij nog met regelmaat de weg naar mijn cd-speler weet te vinden. In Amerika, waar deze Brit, woont, is hij nog steeds een grote onbekende, maar in Nederland werd vorig jaar plots zijn album Promise Of A Dream opgepikt door zowel radio (2) als tv (Vrije Geluiden). “Thank you for the Dutch fans whom without this album would not be possible”, staat er dan ook op het fraaie kartonnen hoesje van zijn nieuwste werkje. “Inspired by the music of Al Bowlly & Billy (sic) Holiday schrijft hij verderop. En “for me, regression is the new progression & there is a reassurance in the past.” Het is duidelijk dat dandy Gregory Page het liefst in de jaren ’20 had geleefd. Net als eerder werk is het mooie My True Love totaal niet van deze tijd en toch ook weer helemaal wel.
Tracklisting
1. Thats You
2. The Perfect Love
3. My Cherry Pie
4. Three Words To Say
5. My Heart Came Alive
6. Hook Line & Sinker
7. My Hat Went Drinking
8. My True Love
9. Cup Of Moonlight
Pajama Club is het nieuwste project van Neil Finn en zijn vrouw Sharon. Ze begonnen een keer
in hun pyjama's muziek te maken, vandaar de naam. Samen met twee vrienden werd het al snel
serieuzer, Sean Donnelly en Alana Skyring kwamen het echtpaar versterken. Neil is
vooral bekend door Crowded House. Iedereen die dat verwacht, zal verrast zijn.
Nummers gebaseerd op geïmproviseerde jams. Hoekig en funky. Maar feit blijft, dat Finn een
vakman is. Meester van de drie-minuten-popsong en een aantal
klassiekers op zijn naam. Nu speelt hij gitaar en is zijn stem tijdloos. De nummers
psychedelisch en speels. Vrouw Sharon zingt tweede stem en harmoniseert fraai.
Even wennen, maar na een tijdje ga je voor de bijl.
Herinnerend aan vroege Talking Heads, funky punk. Een sterk debuutalbum,
dat zich op eigen kracht gaat redden. Voor liefhebbers van Neil Finn verplicht.
En hier is iemand die het plezier teruggevonden heeft.
Black Francis is de laatste jaren uitgegroeid tot muzikale spons. Opnemen, uitwringen en meteen de wereld in gooien. Naast de succesvolle reeks Pixies-concerten, grijpt hij (letterlijk) ieder vrij uurtje aan om ander materiaal op te nemen. Of dat nu solo, met zijn vrouw (die formatie heet Grand Duchy), of, zoals in dit geval, met Reid Paley is.
Het illustere duo songwriters had maar twee korte dagen nodig om dit lekker ongedwongen werkje in elkander te knutselen. Nashville, Tennessee is waar de studio stond en dat is te horen aan de nummers (helft van Paley, andere helft van Francis). De rootsrock die de mannen maken heeft een lekkere, relaxte, spontane sfeer of ze elkaar de ochtend voor de opnames tegenkwamen. Hun vriendschappelijke, muzikale band is overigens al wat langer aanwezig. Op diverse solo-albums van de Pixiesfrontman, staan nummers die met Paley gemaakt zijn en het tweede album van Paley (getiteld Lucky’s Tune) is geproduceerd door Francis.
Neerlands eigen muzikale Rough Guide Joep Pelt haalt zijn inspiratie vaak uit verre oorden, maar voor zijn eerste cover-album zocht hij het toch vooral in de traditionelere rock, folk en blues. Bob Dylan, Townes Van Zandt en Tom Waits krijgen mooie bewerkingen waarin zijn Afrikaanse ervaringen wel degelijk een rol spelen. Een buitenbeentje als The Roots zorgt voor verassingen, maar hoogtepunt is de bluesrock bewerking van David Bowie’s Heroes.
Het Amerikaanse label Jagjaguwar timmert de laatste jaren behoorlijk aan de weg met interessante indiebandjes die niet de meest voor de hand liggende weg kiezen, zoals The Cave Singer, Parts & Labor en Bon Iver. Het vanuit Minneapolis opererende Peter Wolf Crier past daar prima tussen. De niet heel toegankelijke en onderkoelde tweede plaat van dit duo is een boeiende luistertrip die zich moeilijk in een hokje laat stoppen, maar wellicht ook de fans van bijvoorbeeld Radiohead zal aanspreken.
Nederland zou meer moeten luisteren naar radiovriendelijke country-rock uit Amerika. Zoals Reckless Kelly die maakt op Good Luck & True Love, hun negende album. Vernieuwend? Nee. Maar frontman Willy Braun en zijn vier metgezellen verstaan hun vak wel. Tot in de puntjes. Dat staat garant voor een uitstekende plaat waar de weemoed vanaf druipt: meerstemmigheid, fiddle, pakkende refreintjes, alles zit erop en eraan. Reckless Kelly staat als een huis.
The Rifles zijn een jaartje ouder geworden, daar waar ze op hun debuut No Love Lost als een stelletje ongecontroleerde pubers liedjes uit hun instrumenten zaten te hakken, spelen ze nu beheerst de nummers op hun derde langspeler. Missschien komt het door het vertrek van drummer Grant Marsh en de bassist met de onderarmen van een vleeshouwer Robert Pyne, hieruit zou maar weer eens blijken hoeveel invloed de bas-drum combi heeft als stuwende kracht in een band. Het kan er natuurlijk ook aan liggen dat een paar oudgedienden meegeholpen hebben aan Freedom Run. Ook The Modfather, Paul Weller, speelt een mopje gitaar mee op Sweetest Thing. In ieder geval is er weer een degelijk plaatje over het kanaal hier naar toe gekomen. Op Dreamer, Eveline en Little Boy Blue hoor je zeker dat je met de Rifles te maken hebt.
Drie jonge dames uit Groningen vormen een nieuw trio dat toch wel vier heel aardige liedjes heeft weten te componeren die ze hebben gevat op een EP getiteld Mind Explosions en ze noemen zich Rococo. In hun relatief korte bestaan (sinds oktober 2009) hebben ze al veel bereikt.
Eerst nog supports voor lokale bands, maar daarna kwamen al snel festivals, twee shows in Londen, voorprogramma's voor A Silent Express, The Drums en Scouting for Girls en dus een mini-cd.
Puntige en pakkende popsongs, goed geschreven, gespeeld en gezongen. Een beetje Breeders, een beetje van dit en van dat, maar vooral heel erg leuk. De zon schijnt volop voor Rococo.
De naam moest klinken als een opgefokte Motown-act. Het viertal dat de band vormt, drie Engelsen en een Australiër, houdt van grappen. Ze maken snelle rock-'n-roll en hebben geen bassist, omdat dat dat saai is. Wel is er een orgel, dat voor een origineel geluid zorgt, ergens tussen fifties en sixties in. De vijf nummers op deze derde EP zijn pakkend en energiek. Ze bestaan sinds 2010 en als dat zo doorgaat is er een mooie toekomst voor deze grappige band, die volgens sommigen zou klinken als The Doors een Engelse goth-band zou zijn.
Voor hun tweede album heeft het charmante indieduo Charles Watson en Rebecca Taylor uit Sheffield gekozen voor een voller geluid, zonder dat dit ten koste gaat van de bedriegelijke luchtigheid die het lovend ontvangen debuut Yeah, So? kenmerkte. Verder is het ook dit keer veelzijdigheid troef en gaat het van vrolijk rammelende indiepop en naïeve sixtiespop naar ingetogen folk met een melancholiek randje. Muziek dus die niet zou misstaan in films als Juno en (500) Days Of Summer. Daarnaast blijkt deze fijne plaat ook een perfecte soundtrack voor zonnige herfstdagen.
Southern Culture Of The Skids maakt sinds 1983 een soort eigenwijze rock-surf-country. En dan ook nog met een knipoog. Zombified is een opnieuw uitgebrachte EP uit 1998, aangevuld met vijf nieuwe tracks. De inspiratie komt van onalledaagse films van vroeger: horror en exploitatie (films waarbij de verhaallijn ondergeschikt is aan allerlei extremiteiten). En op een of andere bijzondere manier past de sfeer van Zombified daar helemaal bij. Afwisselend en grappig.
Een toevallige ontmoeting tussen de Amerikaan Greg Hughes en de Engelse Tessa Murray op een station in Londen resulteerde een paar jaar geleden in Still Corners, dat na een aantal uitstekende singles nu debuteert met een indrukwekkend album vol dreigende, op klassieke filmmuziek geïnspireerde dreampop die wel wat weg heeft van een iets meer uptempo Mazzy Star of Beach House, en ondergetekende al na één draaibeurt volledig betoverd had. Zwaar verslavend!
Superheavy is het debuut van wat men in de media een supergroep is gaan noemen. Voor mainstream popliefhebbers zullen alleen de namen Mick Jagger en Joss Stone bekend zijn. Damian Marley klinkt vanwege zijn achternaam bekend en je zal erbij moeten vertellen dat Dave Stewart die van de Eurythmics is, terwijl het vijfde lid A.R. Rahman al helemaal geen belletje doet rinkelen. Toch zijn het Rahman en Marley die een flinke stempel drukken op deze plaat. Het tijdschrift Time noemde Rahman met meer dan 300 miljoen (!) verkochte platen ooit de ‘Mozart van Madras’ wat al aangeeft wat een groot man hij is in de Indiase contreien. Hij neemt dat typische oosterse sausje mee terwijl Marley zorgt voor de Caribische reggaekant van het verhaal. Wie in de geschiedenis duikt van de bekendste naam namelijk die van Jagger weet dat hij in het verleden met beide kanten geëxperimenteerd heeft. Bovendien heeft hij eerder met Stewart en Stone samengewerkt dus de gedachte vangt aan dat het geheel muzikaal wel eens wat op zou kunnen leveren... Wat een voorzichtige gedachte! Bij de eerste beluistering lijkt het alsof de plaat alle kanten uitzwalkt maar gek genoeg heeft Superheavy een dusdanig bezwerend karakter dat de plaat uitnodigt om herhaaldelijk een nieuwe speelbeurt te krijgen. Westerse popmuziek wordt fraai gemengd met eerder genoemde invloeden en stromingen waarbij alle deelnemers, op Stewart na, hun stem laten horen. Opvallend vind ik opnieuw dat de stemmen van Stone en Jagger zo ongelofelijk mooi blenden terwijl de anderen zorgen voor een mooie tegenhanger. Bij dat fraaie vocale palet zou je haast vergeten dat Stewart eigenlijk de initiator van het geheel is en dat hij het geheel gevat heeft in een prachtige productie zonder deelnemers te bevoordelen. Diezelfde deelnemers die overigens prachtig in dienst spelen van elkaar. Deze eigenschap van Superheavy zorgt ervoor dat de plaat niet als los zand aan elkaar hangt. Eveneens is er geen sprake van egoaftroevende capriolen die er voor zorgen dat de plaat een typische supergroepenplaat wordt. Superheavy klinkt gewoon als een goede band waarbij elementen uit wereldmuziek opnieuw toegankelijk gemaakt wordt voor de massa. Laat je niet in de luren leggen door de absoluut verkeerd gekozen naam maar de twaalf nummers op de reguliere (zestien op de deluxe) editie verdienen het om gehoord te worden. Superheavy is misschien wel de verrassing van 2011!
Deluxe verpakking en 4 bonus tracks
1. SuperHeavy
2. Unbelievable
3. Miracle Worker
4. Energy
5. Satyameva Jayathe
6. One Day One Night
7. Never Gonna Change
8. Beautiful People
9. Rock Me Gently
10. I Can’t Take It No More
11. I Don’t Mind
12. World Keeps Turning
13. Mihaya (Bonus Track)
14. Warring People (Bonus Track)
15. Common Ground (Bonus Track)
16. Hey Captain (Bonus Track)
De twee EP’s van het uit Long Island, New York, afkomstige Twin Sister behoorden wat mij betreft absoluut tot de hoogtepunten van 2010. De verwachtingen voor de eerste full length release waren dan ook hoog gespannen en die worden, om maar meteen met de deur in huis te vallen, volledig waargemaakt op In Heaven. De jaren ’70 discopop van de vooruitgesnelde single Bad Street klonk al erg fijn, maar is niet per se representatief voor het geluid van deze zeer afwisselende plaat, die laat horen dat de band wederom is gegroeid. De Beach House associaties die de eerste EP nog opriep, zijn nu helemaal verdwenen, maar Twin Sister heeft nog steeds iets dromerigs over zich. Net als op Colour Your Life hebben de synths de overhand, maar de tien nummers op In Heaven zitten compacter in elkaar en zijn vrijwel allemaal nog beter. En hoewel het muzikaal alle kanten uitgaat, wordt de plaat bijeengehouden door de ietwat lijzige stem van Andrea Estella. Wat mij betreft een van de hoogtepunten van 2011!
Al vaker zijn teksten van Woody Guthrie door anderen op muziek gezet. Het bekendst zijn waarschijnlijk de twee platen die Wilco met Billy Bragg maakte, al pakte dat niet altijd even goed uit en konden Jeff Tweedy en Bragg na afloop elkaars bloed wel drinken. Ook op dit project van bassist Rob Wasserman en Jackson Browne staan teksten van Guthrie centraal, maar ditmaal betreft het geen songteksten, maar teksten vrijwel integraal ontleend aan een notitieboek dat Guthrie volschreef vlak nadat hij zijn tweede vrouw leerde kennen. Dat is duidelijk hoorbaar aan het maar liefst vijftien minuten durende You Know The Night, maar ook de beknoptere bijdragen van Lou Reed, Ani DiFranco, Tom Morello, Madeleine Peyroux en Michael Franti maken duidelijk dat dit geen gewoon eerbetoon is en met traditionele folk heeft het evenmin veel van doen, meer met de duo- en trioplaten van Wasserman uit de jaren negentig. Tussen pop, avant-garde en jazz in, met uiteraard wel een overduidelijke folkinvloed. Verrassend.
België is toch wel een hofleverancier van creatieve popbands. Yuko is er ook zo één. Kristof Deneijs en de zijnen debuteerden in 2008, As If We Were Dancing is het vervolg. Een plaat vol met dromerige melodieën waarbij in alle hoeken en gaten iets spannends of origineels te vinden is: geluiden die opeens uit gitaren, orgels en keyboards getoverd worden, bijzondere ritmes die plotseling boven komen drijven, de stem van Deneijs. Over ieder detail is nagedacht. Dat betekent ook dat het wel eens wat spontaner zou kunnen klinken. Maar het is een mooi geheel, voorzien van een gezonde dosis melancholie.
Zun Zun Egui ontstond als een groot experiment. Muzikanten van overal, van
Mauritius tot aan Japan tot Engeland werden bijeengeroepen om samen
muziek te maken. Van een grote groep bleven vier muzikanten over.
Gevestigd in Bristol, is dit een bijzondere band. Een samensmelten van
indie-pop en world, instrumenten buitelen over elkaar heen. Het doet denken
aan Vampire Weekend, door de Afrikaanse ritmes. Maar wat te denken van teksten
in Creools, Japans, Frans en Engels ? Het zorgt voor een bruisend geheel, dat op
dit debuut-album vaste vorm krijgt. De Japanse toetseniste is verantwoordelijk voor
de originele presentatie. Erg leuk.
Je vraagt je natuurlijk af wat de toegevoegde waarde is van het zoveelste album met liedjes van deze veel te jong overleden singer-songwriter. De man maakte uiteindelijk slechts drie albums, die reeds in vele vormen zijn verschenen. Twee er van, You Don’t Mess Around With Jim en Life And Times, verschenen nog bij zijn leven en bevatten tijdloze nummers als Time In A Bottle en de nummer-1 hit Bad Bad Leroy Brown. I Got A Name verscheen posthuum, na Jim’s onfortuinlijk einde bij een vliegtuigongeluk, en werd een enorm succes. Croce was een begenadigd songschrijver en veel van zijn liedjes hebben moeiteloos de tand des tijds doorstaan. Het mooie van deze dubbelaar is nu, naast het zachte prijsje, dat er behalve alle songs van die drie albums ook nog eens zestien bonus tracks zijn toegevoegd die vrijwel allemaal net zo mooi zijn, zodat we dit gerust kunnen bestempelen tot de ultieme Jim Croce plaat.
Drie singles uit de vroege jaren zeventig - verder strekte de muzikale nalatenschap van Darondo niet. Weliswaar had deze soul- en funkbroeder in 1973 opnamen voor een heel album gemaakt, maar hiervan zag destijds alleen de single Didn’t I het licht. Een kleine veertig jaar later worden deze opnamen voor Music City Records alsnog uitgebracht. Wat een revelatie is deze Darondo en wat een verrassing vormen deze opnamen! In eerste instantie doen zijn stem en frasering nog denken aan Al Green, maar algauw treedt de eigen stijl van Darondo naar voren. De zanger beschikt over een aangename baritonstem die hij veelvuldig laat overgaan in een falset. Met hart en ziel vertolkt Darondo een reeks funky songs en soulballads en hierbij improviseert hij er lustig op los. De arrangementen zijn al even geïnspireerd en gevarieerd als de zang van Darondo. Luister naar de funky uitvoering van Luscious Lady en laat je verleiden door deze ‘unsung hero of soul’.
Dio speelde voor Rainbow in Elf en maakte met die band drie alleraardigste platen die echter niet te vergelijken zijn met de geniale platen van Rainbow en verder. De opnamen op deze cd stammen uit 1971, zoals de titel al doet vermoeden net voor het titelloze debuut van Elf. Mocht Dio nog geleefd hebben, is het maar de vraag of deze opnamen officieel uit zouden komen, als studiemateriaal of als herinnering aan de carrière van de kleine man zijn ze echter zeker de moeite waard. Live-materiaal en studiomateriaal wordt afgewisseld en duidelijk is hier al wat een groot vocalist hij is. Het materiaal varieert, zo zingt Dio bijvoorbeeld Graham Nash’ Simple Man en de geluidskwaliteit is vaak matig, maar wie daar doorheen luistert hoort de potentie. Voer voor fans, maar ik behoor zeker tot die categorie die dit wel kan waarderen.
Commercieel succes heeft de band eigenlijk nooit gekend, maar nu er alweer een flinke revival gaande is van de sound die The Jesus & Mary Chain midden jaren ’80 eigenhandig uitvond, zijn deze luxe reissues van de zes platen die tussen 1985 en 1998 werden uitgebracht zeer op zijn plaats. Van My Bloody Valentine tot The Pains Of Being Pure At Heart en van Dinosaur Jr. tot de Dum Dum Girls, allemaal zijn ze schatplichtig aan de Britse broers William en Jim Reid. Dat er bij deze nieuwe uitgaves niet over één nacht ijs is gegaan, blijkt alleen al uit de omvang van het hele pakket: elke plaat gaat vergezeld van een extra schijf muziek, plus een dvd. Demo’s, live-opnamen, outtakes, niet eerder uitgebrachte nummers, clips, interviews, tv-optredens, zeer uitgebreide boekjes: zelfs voor de verstokte fan valt hier nog genoeg te ontdekken. De klassiekers Psychocandy, Darklands en Honey’s Dead zijn uiteraard het meest interessant, maar ook de andere albums zijn de moeite waard, omdat The Jesus & Mary Chain zichzelf altijd opnieuw bleef uitvinden. Samen vormen deze reissues dan ook een waardig monument voor een van de meest invloedrijke bands uit de jaren ’80.
De invloed van Johnny Otis op de ontwikkeling van de R&B uit de jaren veertig en vijftig kan niet worden overschat. Niet alleen was hij zelf een verdienstelijk muzikant (zang, drums en vibrafoon), ook leidde hij jarenlang een band waarin veel muzikaal talent tot bloei kwam. Zo ontdekte hij zangeres Little Esther Phillips, vocal group The Robins en ook gitarist Pete Lewis. Bovendien stichtte hij in de jaren vijftig zijn eigen label (Dig Records). Eind dit jaar bereikt Johnny Otis de eerbiedwaardige leeftijd van 90 jaar en dat is een feestje waard. Ace Records eert deze monumentale figuur met de uitgave van twee opeenvolgende compilaties. Het eerste deel omspant de jaren 1945-1957 en bevat 25 staaltjes klassieke R&B, waaronder het door Big Mama Thornton gezongen Hound Dog. Deze compilatie eindigt met Willie And The Hand Jive. Deze danshit uit 1957 markeert de overgang van Johnny Otis naar de rock ‘n’ roll. Daarvan meer op deel 2.
1. HARLEM NOCTURNE –Johnny Otis, his drums and orchestra
2. MIDNIGHT IN THE BARRELHOUSE - Johnny Otis Orchestra
3. JOHNNY OTIS SIGNATURE - Johnny Otis And His Orchestra
4. GOOD OLD BLUES - Johnny Otis Orchestra
5. BOOGIE GUITAR - Johnny Otis Orchestra
6. DOUBLE CROSSING BLUES - Johnny Otis Quintette
7. THE TURKEY HOP PART TWO - Johnny Otis Orchestra
8. WEDDING BOOGIE - Johnny Otis Congregation
9. OOBY DOO - Johnny Otis and his Orchestra
10. MISS MITCHELL - Johnny Otis and his Orchestra
11. ROCK ME BABY - Johnny Otis and his Orchestra
12. ROBEY'S BOUNCE - Johnny Otis and his Orchestra
13. JOHNNY OTIS SIGNATURE - Johnny Otis
14. HEY! HEY! HEY! HEY! - Johnny Otis And His Orchestra
15. TOUGH ENOUGH - Johnny Otis and the Jayos
16. THE MIDNIGHT CREEPER PTS 1 & 2 - Johnny Otis And
His Orchestra
17. HOUND DOG - Willie Mae "Big Mama" Thornton
18. SHORTNIN' BREAD - Johnny Otis
19. CATTLE TRAIN - Johnny Otis And His Orchestra
20. SO FINE - The Sheiks
21. EVERY BEAT OF MY HEART - The Royals
22. SHAKE IT LUCY BABY - The Johnny Otis Show
23. MA! (HE'S MAKING EYES AT ME) - The Johnny Otis Show
24. BYE BYE BABY - The Johnny Otis Show
25. THE JOHNNY OTIS HAND JIVE AKA WILLIE AND THE
HAND JIVE - The Johnny Otis Show
De overtreffende trap: 3 CD’s, 2 DVD’s en een Blu-ray disc met daarop een schat aan bijzondere Dark Side Of The Moon opnamen en beelden: De 5.1 Surround mix, live opnamen, concert films, nog nooit eerder uitgebrachte demo’s en ga zo maar door. Vgraal voor Pink Floyd fans! Verpakt in een grote box inclusief een boek met Jill Furmanovsky foto’s, extra Storm Thurgerson booklet, een art print, collector’s cards, tour ticket, backstage pas, sjaal, knikkers, onderzetters en meer. De heilige Dark Side Of The Moon
14 albums van Pink Floyd plus boekwerk van 60 pagina's
The Piper At The Gates Of Dawn
A Saucerful Of Secrets
More
Ummagumma
Atom Heart Mother
Meddle
Obscured By Clouds
The Dark Side Of The Moon
Wish You Were Here
Animals
The Wall
The Final Cut
A Momentary Lapse Of Reason
The Division Bell
Haal de spaarpot maar leeg, want onder het motto Why Pink Floyd…? brengt EMI de complete catalogus van de Britse band in een aantal onmisbare edities, met een zondvloed aan materiaal, zowel beeld als geluid. De liefhebber heeft de keuze tussen een heel scala aan varianten. Die gaan van A Foot In The Door – The Best Of Pink Floyd, via een box met alle platen plus fotoboek, de geremasterde elpees van de Discovery-editie, tot en met de van extra’s voorziene Experience-platen en de super deluxe Immersion-dozen van Dark Side Of The Moon, The Wall en Wish You Were Here. Fraai uitgevoerd, onder de hoede van niemand minder dan Storm Thorgerson, met ingang van A Saucerful Of Secrets ontwerper van zo ongeveer alle Floydhoezen. Het avontuur begint met Dark Side Of The Moon. De Immersion-versie bestaat uit maar liefst 6 schijven, bij de Experience-plaat zit een live-uitvoering uit 1974 uit de archieven van de BBC. De opgepoetste plaat verschijnt verder op vinyl.
Alles bij elkaar een overtuigend antwoord op de vraag ‘Waarom Pink Floyd?’. De band is zo legendarisch, dat hij bijna schuilgaat achter het onvoorstelbare succes van DSOTM en in zekere mate The Wall, en achter de mythe die Barrett is geworden (tussen haakjes: mag diens solowerk ook zo mooi worden heruitgebracht?). Je zou daardoor bijna vergeten dat debuut The Piper At The Gates Of Dawn in 1967 meteen raak was, net als single Arnold Layne. Eigenzinnige beatmuziek met geflipte bijdragen van de even gekke als geniale Syd Barrett, die op tweede plaat A Saucerfull Of Secrets afscheid neemt met het aangrijpende Jugband Blues. Barrett maakte plaats voor Dave Gilmour, zodat de lineup ontstond die tot het zeer bittere einde bij elkaar bleef. In die eerste jaren is het viertal vooral op zoek. Weirde psychedelica als A Saucerful Of Secrets en Set The Controls For The Heart Of The Sun, klassiekers die op Umma Gumma hun definitieve uitvoering kregen. Veel optredens, een groot deel vastgelegd op een flinke stapel bootlegs. Soundtracks voor arthousefilms.
Met Atom Heart Mother en opvolger Meddle, allebei met een nummer dat een gehele plaatkant duurt, ontwikkelen en ze zich tot de psychedelische band bij uitstek, wat weer culmineert in de extreem zwartgallige klapper DSOTM. Die plaat verbindt de thema’s die in het hele oeuvre doorklinken: gepijnigde nostalgie naar een tijd die voorgoed voorbij is en misschien nooit heeft bestaan, gemengd met een besef van vergankelijkheid; en een vooral door Roger Waters gevoede woede tegen alles wat de wereld vies en voos maakt. Hetzelfde bij Wish You Were Here, met de cynische uithalen Welcome To The Machine en Have A Cigar naast weemoed over het verlies van Syd ‘Crazy Diamond’ Barrett. Waters zal vervolgens de macht grijpen en al zijn vitriool in The Wall gieten, waarmee de ondergang van de band inzet. De onderlinge verhoudingen worden slechter, na The Final Cut verlaat Waters de band, die nog twee platen maakt en er dan de brui aan geeft. In 2006 overlijdt Barrett, twee jaar later toetsenist Rick Wright.
Kijk, deze box op lp-formaat ziet er bijzonder fraai uit. Op de voorkant prijkt Elvis in een herkenbare pose die gelijk aangeeft dat we met een vroeg Elvis te maken hebben. De ondertitel ‘The Complete ’56 Masters’ doet de rest. Bij beschouwing van de binnenkant blijkt de box veel meer te bevatten dan de ’56 masters. Naast twee schijven die deze enerverende periode bevat, zijn de andere drie schijven zeker zo interessant. Zo krijgen we een cd met drie vroege liveconcerten waarbij opvalt dat het optreden in Las Vegas voorzichtig is en zeker niet laat horen dat Elvis later furore zou vieren in deze stad. De vierde schijf laat enkele outtakes horen en een complete opname van de 3 februari sessies. De laatste schijf is gereserveerd voor interviews, samen met de sessieschijf waarschijnlijk degene die het minst gedraaid zal worden maar die zeker een interessante kijk geeft op de ontwikkeling van Elvis tot superster. Naast de fantastische muziek op de eerste drie schijven, samen met het Sun-werk de heilige graal van de rock ‘n’ roll en de twee rariteitenschijven bevat de box ook nog eens een prachtig boek boordevol haarscherpe foto’s uit die tijd en een tijdlijn. Naast deze gegevens wordt ook duidelijke info gegeven over de opnames en waar ze eerder terug te vinden waren. Met andere woorden niet alles op schijf 3 en 4 is nieuw materaal. Wel is alles voor het eerst bij elkaar gezet om zo een duidelijk beeld te geven. Tot slot is er ook een envelop bijgevoegd met reproducties van verschillende postertjes en flyers. Het fraaist zijn echter de vijf toegevoegde foto’s die Elvis laat zien in klassieke en minder klassieke poses. Young Man With The Big Beat is daarmee een werkelijk prachtige box geworden en als dit een voorbode is van wat er nog gaat komen kunnen we onze borst nat maken. Vijfenvijftig jaar oud en nog steeds klinkt het geheel fris en fabtastisch!
Disk 1
1. Presley, Elvis / Presley, Elvis - Blue Suede Shoes
2. Presley, Elvis - I'M Counting On You
3. Presley, Elvis - I Got A Woman
4. Presley, Elvis - One-Sided Love Affair
5. Presley, Elvis - I Love You Because
6. Presley, Elvis - Just Because
7. Presley, Elvis - Tutti Frutti
8. Presley, Elvis - Trying To Get To You
9. Presley, Elvis - I'M Gonna Sit Right Down and Cry (Over You)
10. Presley, Elvis - I'Ll Never Let You Go (Little Darlin')
11. Presley, Elvis - Blue Moon
12. Presley, Elvis - Money Honey
13. Presley, Elvis / Stoker, Gordon / Speer, Ben / Speer, Brock - Heartbreak Hotel
14. Presley, Elvis - I Was the One
15. Presley, Elvis - My Baby Left Me
16. Presley, Elvis - Lawdy, Miss Clawdy
17. Presley, Elvis - Shake, Rattle and Roll
Disk 2
1. Presley, Elvis - Rip It Up
2. Presley, Elvis / Jordanaires, The - Love Me
3. Presley, Elvis / Jordanaires, The - When My Blue Moon Turns To Gold Again
4. Presley, Elvis - Long Tall Sally
5. Presley, Elvis - First In Line
6. Presley, Elvis - Paralyzed
7. Presley, Elvis - So Glad You're Mine
8. Presley, Elvis / Jordanaires, The - Old Shep
9. Presley, Elvis - Ready Teddy
10. Presley, Elvis - Anyplace is Paradise
11. Presley, Elvis - How's the World Treating You
12. Presley, Elvis - How Do You Think I Feel
13. Presley, Elvis - I Want You, I Need You, I Love You
14. Presley, Elvis / Jordanaires, the / Presley, Elvis - Hound Dog
15. Presley, Elvis / Jordanaires, The - Don't Be Cruel
16. Presley, Elvis / Jordanaires, The - Any Way You Want Me (That's How I Will Be)
17. Presley, Elvis / Jordanaires, The - Too Much
18. Presley, Elvis / Jordanaires, The - Playing for Keeps
19. Presley, Elvis / Robinson, Rad / Dodson, Jon / Prescott, Charles - Love Me Tender - From the 20th C
20. Presley, Elvis / Jordanaires, The - Let Me
21. Presley, Elvis / Jordanaires, The - Poor Boy
22. Presley, Elvis / Jordanaires, The - We're Gonna Move
Disk 3
1. Presley, Elvis - Heartbreak Hotel
2. Presley, Elvis - Long Tall Sally - Live at New Frontier Hotel, Las Vegas - May 6, 1956
3. Presley, Elvis / Jordanaires, the / Mello Men, the / Sumner, J.D., & T - Blue Suede Shoes
4. Presley, Elvis - Money Honey
5. Presley, Elvis & the Jordanaires - Heartbreak Hotel - Previously Unreleased Live
6. Presley, Elvis & the Jordanaires - Long Tall Sally - Previously Unreleased Live
7. Presley, Elvis & the Jordanaires - I Was the One - Previously Unreleased Live
8. Presley, Elvis & the Jordanaires - Money Honey - Previously Unreleased Live
9. Presley, Elvis & the Jordanaires - I Got A Woman - Previously Unreleased Live
10. Presley, Elvis & the Jordanaires - Blue Suede Shoes - Previously Unreleased Live
11. Presley, Elvis & the Jordanaires - Hound Dog - Previously Unreleased Live
12. Presley, Elvis - Heartbreak Hotel - Live at Hirsch Youth Center Louisiana Fairgrounds,
13. Presley, Elvis - Long Tall Sally - Live at Hirsch Youth Center Louisiana Fairgrounds, S
14. Presley, Elvis / Jordanaires, The - I Was the One - Live at Hirsch Youth Center Louisiana Fairgroun
15. Presley, Elvis - Love Me Tender - Live at Hirsch Youth Center Louisiana Fairgrounds, Sh
16. Presley, Elvis - Don't Be Cruel - Live at Hirsch Youth Center Louisiana Fairgrounds, Sh
17. Presley, Elvis - Love Me - Live at Hirsch Youth Center Louisiana Fairgrounds, Shrevepor
18. Presley, Elvis - I Got A Woman - Live at Hirsch Youth Center Louisiana Fairgrounds, Shr
19. Presley, Elvis - When My Blue Moon Turns To Gold Again - Live at Hirsch Youth Center Lo
20. Presley, Elvis - Paralyzed - Live at Hirsch Youth Center Louisiana Fairgrounds, Shrevep
21. Presley, Elvis - Hound Dog - Live at Hirsch Youth Center Louisiana Fairgrounds, Shrevep
Disk 4
1. Presley, Elvis - I Got A Woman - Alt. Take
2. Presley, Elvis - Heartbreak Hotel - Alternate Take 6
3. Presley, Elvis - I'M Counting On You - Alternate Take 13
4. Presley, Elvis - I Was the One - Alternate Take 2
5. Presley, Elvis - Lawdy, Miss Clawdy - Alternate Take 1
6. Presley, Elvis - Lawdy, Miss Clawdy - Take 3
7. Presley, Elvis - Lawdy, Miss Clawdy - Take 4
8. Presley, Elvis - Lawdy, Miss Clawdy - Take 5
9. Presley, Elvis - Lawdy, Miss Clawdy - Take 6
10. Presley, Elvis - Lawdy, Miss Clawdy - Take 7,8,9
11. Presley, Elvis - Lawdy, Miss Clawdy - Take 10
12. Presley, Elvis - Lawdy, Miss Clawdy - Takes 11,12
13. Presley, Elvis - Shake, Rattle and Roll - Take 1,2
14. Presley, Elvis - Shake, Rattle and Roll - Take 3,5,6,7
15. Presley, Elvis - Shake, Rattle and Roll - Alternate Take 8
16. Presley, Elvis - Shake, Rattle and Roll - Take 9,10,11,12, 12 (Undubbed Master)
17. Presley, Elvis / Brown, Robert - The Complete Warwick Hotel Interview
Disk 5
1. Presley, Elvis / Wilder, Paul - The Complete 'T.V. Guide Presents Elvis' Interview
2. Presley, Elvis / Wilder, Paul - Colonel Parker Interview
3. Presley, Elvis - The Truth About Me - From Original 45 Rpm Included In Teen Parade Maga
4. Presley, Elvis - The Truth About Me Interview
5. Presley, Elvis - Victoria Radio Ad 1
6. Presley, Elvis - Victoria Radio Ad 2
The five CDs comprise the following, all material originating in 1956: CD One, Studio Recordings: 17 tracks recorded in New York, Nashville, and Hollywood, starting with the 12 songs on the debut LP, Elvis Presley (’1254′), followed by non-LP single A-sides and B-sides, and EP tracks; CD Two, Studio Recordings: 22 tracks recorded in New York, Nashville, and Memphis, starting with the 12 songs on the second LP, Elvis (’1382′), followed by non-LP single A-sides and B-sides, and EP tracks; CD Three, Live Recordings: rare remasters of shows at the Frontier Hotel in Las Vegas (four songs); Little Rock, Arkansas (seven songs); and a recently discovered, previously unreleased concert in Shreveport, Louisiana, in December (ten songs); CD Four, The Outtakes: Four outtakes from the first historic RCA session in January (“I Got A Woman,” “Heartbreak Hotel,” “I’m Counting On You,” “I Was The One”), segueing into the complete session of February 3rd (11 takes of “Lawdy, Miss Clawdy” and 12 takes of “Shake, Rattle And Roll”); plus the first of the interviews — the complete Warwick Hotel (NYC) interview by Robert Brown in March; CD Five, the Interviews: The Paul Wilder interview, plus his interviews with Colonel Parker and Oscar Davis; plus two segments of Elvis’ rarely heard candid monologue, “The Truth About Me,” and two advertisements for RCA Victrolas. (theseconddisc.com)
Natuurlijk is het een oude melkkoe, maar voor de echte fans is dit smullen, want eens een Smithsfan, altijd een Smithsfan. Love em or Hate em, er is geen tussenweg (de moeder van onderstaande was blij dat deze met bijbehorende Smiths collectie het ouderlijk huis verliet, zodat nimmer meer de stem van Morrissey de ouderlijke speakers zou bevuilen). 3 complete boxsets maarliefst en je moet er als de kippen bij zijn, want ze gaan als warme broodjes. Johnny Marr himself heeft regie gehad in de samenstelling. Voor de fortuinlijke Smithsfan is er de Deluxe / Collectors boxset; een tot 4000 genummerde wereldwijde gelimiteerde uitgave.
Deze briljante Schotse songhelden - drie leden met evenveel gevoel voor onweerstaanbare melodieën, nou jij weer - gaan al dik twintig jaar mee. In 1990 waren ze jong en veelbelovend, na het verschijnen van hun debuutplaat A Catholic Education. Deep Fried Fanclub is een fijne, gruizige verzameling b-kantjes en outtakes uit die tijd, met covers van The Beatles, Alex Chilton en Neil Young- precies het midden tussen Big Star en Dinosaur Jr., heerlijk.
Grofweg zijn er twee soorten disco: goede disco en slechte disco. De smakeloze disco die in de tweede helft van de jaren zeventig de ether vulde doet je haast vergeten dat er ook goede disco bestond. Sprankelende , vitale disco als natuurlijke uitloper van de soul die in het vorige decennium de muziekscene had gedomineerd. Disco Gold, in 1975 als LP uitgegeven op Scepter Records, bevat disco van dit kaliber. Songs van The Independents, Ultra High Frequency, Patti Jo, Bobby Moore en anderen. Disco die niet alleen verleidt tot een gang naar de dansvloer, maar tevens het gemoed beroert.
1. WAH TU WAH ZUREE - George Tindley
2. WE’RE ON THE RIGHT TRACK - Ultra High
Frequency
3. MAKE ME BELIEVE IN YOU - Patti Jo
4. I LOVE YOU, YES I DO - The Independents
5. AIN’T NO LOVE LOST - Patti Jo
6. PITY THE POOR MAN - George Tindley
7. ARISE AND SHINE - The Independents
8. NEEDING YOU - Clara Lewis
9. BREAKAWAY - Ernie Bush
10. WATERBED - LTG Exchange
11. MUD WIND - South Side Movement
12. BABY SAVE ME - Secrets
13. (CALL ME) YOUR EVERYTHING MAN - Bobby
Het Factory label geniet natuurlijk vooral bekendheid dankzij de klassieke platen die het uitbracht van Joy Division, New Order en Happy Mondays, maar het is misschien minder bekend dat het ook pionierde in het dance genre. Lang voordat de Acid House haar intrede deed waren op het label al een groot aantal bands bezig met funk en elektronica en dat leverde de nodige invloedrijke freleases op. A Certain Ratio en Cabaret Voltaire waren de eerste en wellicht bekendste acts op het label die dance met pop mengden, op Fac.Dance hoor je de rest. Typische Factory acts als Section 25 en Durutti Column zijn hier vertegenwoordigd met dansbare tracks, maar we horen ook Quando Quango en het semi-legendarische 52nd Street die indertijd voor een half lege Hacienda stonden te spelen, maar nu als invloedrijk gelden. Twee cd’s boordevol 12” mixen en rarities uit de periode 1980-1987, eindigend vlak voor Shaun Ryder de ecstacy en house ontdekte en met Wrote For Luck de scène voorgoed veranderde.
De reeks compilaties die Ace Records wijdt aan vermaarde componisten uit de populaire muziek van de vorige eeuw groeit gestaag. Het nieuwste deel richt zich op het werk van Neil Sedaka & Howard Greenfield. Dit componistenduo, gelieerd aan een muziekuitgeverij die kantoor hield in het befaamde Brill Building te New York, schreef in de periode 1958-1973 een reeks mooie popliedjes waarvan diverse uitgroeiden tot een hit. Wie kent niet Crying In The Rain van The Everly Brothers of Where The Boys Are van Connie Francis? De heren hadden patent op ietwat brave maar o zo aanstekelijke melodieën en dito teksten. Hun liedjes leenden zich bij uitstek voor vertolking door blanke zangers en zangeressen, zoals Carole King, Peggy Lee en Neil Sedaka zelf. Maar ook een enkele zwarte artiest maakte gretig gebruik van hun composities. Ben E. King en LaVern Baker zijn hier aansprekende voorbeelden van.
Waar Seasick Steve nog wel eens de hulp wil inroepen van bijvoorbeeld drummer Dan Magnusson, blijft Scott H. Biram nog gewoon zijn eigen one-man band. Het bescheiden orgeltje op Broke Ass, of het gospel-koortje op I Want My Mojo Back is daarop een gepaste uitzondering. Zoals we van hem mogen verwachten brengt hij dertien liedjes met dezelfde gedrevenheid, vieze sound en bijpassende houding als weleer. Op dit vierde album blijft Biram trouw aan zijn label Bloodshot, waar hij terecht op z'n plek is tussen alle andere authentieke en onorthodoxe musici. Bad Ingredients is voor de liefhebbers van Johnny Cash, The Legendary Shack Shakers en Hank Williams III zeker het uitproberen waard.
Bij het zien van Popa op de cd hoes komen er altijd spreekwoorden in mij op als van dik hout en wie de kat in zijn staart bijt en blijf uit de buurt van slagers en hé blijf met je poten van die kettingzaag af enzovoorts. Afin, u begrijpt wat ik bedoel terwijl ik weer ’s de volumeknop van de cd-speler vervang omdat die andermaal door de maximale stand is heen gedraaid. Maar pas op, het is niet allemaal het beter gespierde en getatoeëerde werk dat vriend Chubby laat horen op z’n nieuwste Back to New York City want derde track Pound Of Flesh is wel degelijk subtiel (zoals ook een drilboor best verfijnd gehanteerd kan worden), een prima nummer. Verder regent het invloeden, van Jimi Hendrix in opener Back to New York City tot een combinatie van Deep Purple en Black Sabbath in Warrior God, en wat dacht je van de Leonard Cohen cover The Future, het moet niet gekker worden. Nu je het opmerkt, allemaal vroeg jaren zeventig helden en het is duidelijk waar de Popa zijn dikke lagen mosterd haalt en direct opeet. Oh ja, het wordt wel degelijk gekker want Chubby eindigt de cd met een cover van … J.S. Bach, Jesus Joy Of Man’s Desire, je zou er acuut fan van klassieke muziek van worden. Wat een prachtvent is het toch!
Een stel jonge knapen uit Nashville dat met frisse moed swamp blues en southern rock nieuw leven inblaast, dat klinkt als een recept voor een prachtplaat. De eerste opgefokte dobrotonen van openingsnummer van A Bird Called Angola doen daar ook zeker nog op hopen, vooral als die gruizige mondharmonica erbij komt. Na deze veelbelovende start verzandt de band echter nogal snel in een wat brave mix van clichématige blueslicks en voorzichtig gerock. Volgende keer toch meer proberen om die energieke vibe van de liveshows vast te leggen.
Rampetampstamp, ik heb de blues want my baby has Another Man. Hoempapa, ik geef een feestje want jij Make Me Feel So Right. Jengel de jengel gaat mijn gitaar want ik heb de Bottle Blues want m’n meisje is weggelopen en zij heeft m’n drank meegenomen. Hold Back The Tears, krop het maar lekker op, toe maar laat het maar niet gaan. Don’t Cha Drive Me Crazy, inderdaad, de ellende loopt weer van de verweerde kop van Chris Duarte af, zo rechtsreeks zijn vingers die uit pure frustratie de gitaarhals bijkans aan gort slide en soleert. Blues in de naverbrander, de voorverbrander, maakt niet uit welke verbrander, zolang als Chris maar huilend achter het stuur zit, dan weten we dat het nooit meer goed komt … en dat levert dan weer een prachtig plaatje op. Long may he have misery!
Onze grote bluesvriend Joe Bonamassa blijft dit jaar verrassen. Duikt hij eerst weer op in Black Country Communion - de supergroep met Jason Bonham en Glenn Hughes - om een prima tweede plaat te maken en een spetterend optreden op het High Voltage festival in Londen deze zomer te geven, om daar ook nog een geweldig gastoptreden te doen met Jethro Tull tijdens de toegift, nu komt hij pardoes en onverwachts met een hele plaat vol bluesklassiekers. Nu stopte Joe regelmatig covers op zijn platen maar het gaat hier om een hele cd met songs van meer of minder bekende muzikanten als Billie Holiday, Bill Withers, Ellington Jordan en Delaney Bramlett. Bovendien is dit niet zo maar een soloplaat van Ome Joe maar een echt samenwerkingsverband met de Amerikaanse zangeres Beth Hart . Deze dame heeft zelf ook al een aardige staat van dienst met inmiddels vijf albums waarop zij passievol zingt over haar eeuwigdurend gevecht tegen de drugs en alcoholverslaving. Zij doet alle leadzang en, niet verwonderlijk, klinkt als een kruising van Janis Joplin en Amy Winehouse. Nadeel van Hart als zangeres is dat we Joe nauwelijks horen zingen, voordeel is dat onze vriend zich volledig kan concentreren op zijn gitaarspel dan bij tijd en wijle dan ook subliem maar vooral ook subtiel klinkt. Op den duur is de stem van Hart nogal vermoeiend, vooral als ze flink de longen opentrekt. Daardoor is voor mij de slowbluestrack, en tevens nieuwe single, I’ll Take Care Of You de beste song mede door de gloedvolle solo van Bonamassa. Ik ben benieuwd met welke verrassing Joe straks weer gaat komen.
Maria Muldaur laat ditmaal de traditionele blues, waar ze zich de laatste jaren steeds meer in had bekwaamd, achter zich en keerde terug naar New Orleans om een plaat vol eigentijdse, elektrische blues op te nemen. Omringd door een excellente groep muzikanten covert ze liedjes van mannen als Eric Bibb, Elvin Bishop, Bobby Charles en Percy Mayfield. Haar stem kreeg in de loop der jaren een extra rafelrandje en zorgt mede voor een bluesalbum van uitzonderlijke klasse.
Wie ook zo aangenaam verrast was door de wederopstanding van Gregg Allman met zijn laatste plaat Low Country Blues, zal zich even verblijd kunnen voelen met de nieuwste plaat van veteraan Johnny Winter. Winter geniet natuurlijk al jaren lang de status als bluesvirtuoos en weet met name door zijn bottleneck-spel op de snelheid van het licht menig gitarist tot wanhoop te drijven. Op Roots wordt Winter bijgestaan door Sonny Landreth, Warren Haynes en Derek Trucks en die zorgen voor genoeg southern feel. ZZ Top’s Billy Gibbons, Vince Gill en broer Edgar horen ook bij het uitgebreide het gezelschap dat zich door een serie klassieke bluessongs van o.a. Muddy Waters, Robert Johnson en Jimmy Reed werkt. Het initiatief voor dit album komt van producer/gitarist Paul Nelson die zelf natuurlijk veelvuldig te horen is. Goed om te horen dat Winter nog steeds in vorm is.
Met zijn vierde album slaat Apparat een andere, verrassende weg in. Na ondermeer zijn succesvolle samenwerking met Ellen Allien met het album Orchestra in Bubbles en later met Modeselektor als Modarat, laat Sascha Ring weer een heel ander geluid horen.
De kale minimalistische techno klanken maken plaats voor warme sfeervolle songs die lijken terug te grijpen op zijn vroegere Ambient werken, waarin strijkers de beats subtiel naar de achtergrond drukken. Als je goed luistert is het misschien wel het rustige vervolg op het succesvolle album Rusty Nails met Modeselektor. De nummers zijn filmisch en doordrenkt van melancholie en dat levert mooie, soms sombere, elektronische popsongs op. Absolute top tracks zijn Black Water en het werkelijk schitterende meeslepende Goodbye dat net zo beklemmend klinkt als in de beste Massive Attack traditie. Dit album groeit per draaibeurt en is uitermate geschikt als soundtrack voor de komende herfst.
Balam Acab is het alias van de 20-jarige Amerikaan Alec Koone. Deze muzikale knutselaar liet op de EP See Birds zijn talenten al horen en op dit cd-debuut toont de jongeling zijn pure klasse. Popjournalisten hebben voor dit genre de term Witch-House bedacht, maar na het uitdrijven van deze hokjesgeest blijft er gewoon hele spannende sfeervolle muziek over. Het tempo is traag, de bassen zoemen lustig, er knispert en borrelt van alles en de nodige galm geeft alles een sacraal tintje. Het meest kenmerkend zijn de verknipte en opgepitchte vocale flarden, wat in de verte aan Burial doet denken. Af en toe worden de randen van de kitsch opgezocht, maar Wander/Wonder is grotendeels een zeer smaakvol album dat je recht in je ziel raakt.
Dit nieuwe album van Diskjokke ligt duidelijk niet in het verlengde van zijn eerdere werk. Waar de Noor Joachim Dyrdahl ons normaal gesproken trakteert op space disco en deephouse, daar is hij nu een opvallende zijstraat ingeslagen. Sagara is de bewerking van een studie naar inheemse Indonesische muziek en dan met name naar de Gamelan. Op Bali en Java werden de klanken van dit exotische instrument opgenomen en thuis heeft Diskjokke geknutseld aan dit prachtige project. Een cd vol warme folkloristische ambient waarin de gamelanklanken fraai in zijn verwerkt. Zeer rustgevend, maar absoluut niet saai. Liefhebbers van bijv. Biosphere of Brian Eno kunnen aan deze plaat veel plezier beleven.
Was ik in 2009 al bijzonder gecharmeerd van debuut Temporary Secretary, Live At Robert Johnson Volume 8 zet die sterke lijn door. De Berlijnse dj weet als geen ander bestaande muziek om te toveren tot iets geheel nieuws. Op Volume 8 word je ondergedompeld in een relaxte techno flow, waar opmerkelijk genoeg de bassdrum bijna geheel afwezig is! En toch swingt het enorm en bewijst Dixon dat de dancemuziek nog immer volop in ontwikkeling is.
Joakim Bouaziz is binnen het electrowereldje al jaren een vaste waarde. Iedereen die een beethe thuis is in de elektronische muziek, heeft (onbewust) wel eens wat van deze eigenzinnige remixer en producer gehoord. Want Joakim was actief voor niet de minsten: Air, Fisherspooner, Röyksopp en Metronomy. We zouden haast vergeten dat deze Fransman zelf alweer toe is aan zijn vijfde album, de eerste die verschijnt op zijn eigen Tigersushi-label. Tevens z’n meest toegankelijke tot nu toe. De productie is minder rechttoe-rechtaan dan voorheen en Joakim prefereert sfeer ditmaal boven melodie. Met Find A Way als fraaiste voorbeeld.
MGMT’s met acid doordrenkte debuut Oracular Spectacular sloeg in 2008 in als een bom en allemaal waande we ons weer terug in de vroege jaren zeventig. En als je iets betekent in Muziekland, dan mag je je eigen favoriete plaatjes op een schijfje zetten en kom je in de prestigieuze LateNightTales editie terecht. Een bizarre mix van wegwaaiende sixties en doomy eighties is het gevolg. Neem The Great Society (met Grace Slick) en Dave Bixby’s ontroerende Drug Song versus Martin Rev en MGMT’s prachtige cover van de Bauhaus evergreen All We Ever Wanted Was Everything. Een mooie compilatie derhalve.
01 Disco Inferno: "Can't See Through It"
02 The Great Society: "Love You Girl"
03 Suicide: "Cheree"
04 Television Personalities: "Stop and Smell the Roses"
05 The Velvet Underground: "Ocean"
06 Felt: "Red Indians"
07 Julian Cope: "Laughing Boy"
08 Durutti Column: "For Belgium Friends"
09 Charlie Feathers: "Mound of Clay"
10 Mark Fry: "For Wilde"
11 MGMT: "All We Ever Wanted Was Everything" (Bauhaus Cover)
12 Cheval Sombre: "Troubled Mind"
13 Dave Bixby: "Drug Song"
14 The Jacobites: "Hearts Are Like Flowers"
15 The Chills: "Pink Frost"
16 Martin Rev: "Sparks"
17 The Wake: "Melancholy Man"
18 Spacemen 3: "Lord Can You Hear Me?"
19 Pauline Anna Strom: "Morning Splendor"
20 Paul Morley: "Lost for Words Part 2
Hulde voor de voice-over die mijn promo van Monkeytown tot een bijna buitenaardse luisterervaring maakte! Het schijnt de enige manier te zijn om het (vooraf) downloaden
van een album te demotiveren. Tussen alle bliepjes en piepjes door valt toch op te maken dat Modeselektor een zeer volwassen album heeft afgeleverd. Bovendien ook het
eerste album geheel in eigen beheer samengesteld en opgenomen. Opvallend zijn de bijdragen van Thom Yorke, die zijn stem aan twee nummers geeft. Nou vond ik King Of
Limbs al een van de hoogtepunten van het jaar, Yorke’s stem in This is zondermeer het hoogtepunt van Monkeytown. Modeselektor heeft een volwassen geluid gekregen en
het bevalt mij enorm dat er wat meer structuur in de songs is gekomen. Fans van het eerste uur zullen wellicht wat teleurgesteld zijn dat de gekte een beetje verdwenen is,
maar mij hoor je niet klagen. Monkeytown is een fijne plaat!
Hoewel de naam anders doet vermoeden, New Look is verre van ‘new’. Een mix van eighties dance, r&b en kirrende verdrietige meisjes is niets nieuws onder de zon. En toch klinkt het allemaal verdomde lekker en gelikt, dat je jezelf zo maar weer terugwaant op een afterparty in Ibiza. New Look is een alleraardigst plaatje om er bij te hebben, niks meer en niks minder…
Het vermaarde Warp-label heeft de afgelopen jaren zijn vleugels zo breed uitgeslagen, dat je soms nog wel eens vergeet met welke typische spannende elektronische muziek het ooit begon. Een van de paradepaardjes van het eerste uur komt na acht jaar eindelijk weer met een langspeler. Meteen vanaf de eerste track Missing begint het feest der herkenning. Smaakmakers Ed Handley en Andy Turner hebben weinig aan hun formule veranderd en dat is soms stiekem wel zo prettig. Want ook op Scintilli barst het wederom van de dromerige, filmische elektronica met volle, warme melodieën en complexe, ingetogen beats. En net wanneer je halverwege iets teveel dreigt weg te zweven op Craft Nine wordt je ruw wakker geschud met het onheilspellende Sömnl dat even later wordt gevolgd door het trippy en behoorlijk nerveuze nummer Founded. Plaid is twintig jaar na debuutplaat Mbuki Mvuki nog net zo spannend als relevant en dat mag een prestatie worden genoemd.
Roots Manuva is een van de meest originele rappers van het moment. Zijn achtste album is dan ook een feest om naar te luisteren. Het staat bol van de dikke beats, zware baslijnen en catchy hooks, maar de rapper heeft ook gebruik gemaakt van pop invloeden, disco, reggae, dub en funk. Zijn raps zijn perfect getimed en kronkelen door de muziek. Een enorm gevarieerd album, met ook fraaie bijdragen van Skin en Cass Lewis van Skunk Anansie. Roots Manuva heeft zichzelf overtroffen en stelt nergens teleur.
Platenlabel Warp blijft de toon zetten door in dit geval ruim baan te maken voor een Schotse wonderboy genaamd Russell Whyte, beter bekend als Rustie die ons al eerder verblijdde met puike remixen van onder meer Modeselektor en Jamie Lidell. Ook zijn samenwerking met Joker bleef niet onopgemerkt. De (jonge)man uit Glasgow is niet alleen een stadsgenoot maar ook een goede vriend van Hudson Mohawke die eerder zijn ep Sunburst produceerde. En dat is te horen. Rustie onthaalt ons op zijn debuutplaat met een scheurende retro-gitaar om ons hoofd vervolgens te laten knikken op de vette bas en synths van Flash Back. Daarna stuiteren we lekker door met een eigenlijk best wel sexy mix van old-skool rave, dubstep, grime, hiphop, r&b, Deadmau5-trance en piepjes-en-bliepjes-techno. Al eerder gebruikte termen zijn aquacrunk, laser bass of wonky. Allen lijken de lading goed te dekken. En wie al die terminologie niets zegt, heeft er wellicht genoeg aan te weten dat Glass Swords één van de platen van 2011 is. Met recht een luistertrip.
Spank Rock is voor dit album uitgeweken naar het Duitse Boysnoize Records en het album is dan ook geproduceerd door de Duitse dj en producer Boys Noize, maar ook Pharrell Williams van N.E.R.D./The Neptunes heeft wat beats aangeleverd. Dat is te horen ook. Moddervette beats, ronkende synths en de opruiende vocalen van de rapper uit Baltimore. Glansrijke gastvocalen van Santigold op Car Song. Electro rave, hiphop, dubstep en dance in een, met een dikke punk attitude. Absolute banger dit!
BBE staat voor Barely Breaking Even wat je een idee zou kunnen geven van de oprechte liefde voor muziek van dit Britse label dat zich focust op soul, disco, funk, jazz en toffe hiphop. Dat doen ze niet met de minsten want J Dilla, Pete Rock, DJ Spinna, DJ Vadim en Jazzy Jeff (yep, die van de Fresh Prince) hebben zich aan deze stal verbonden. Het zijn vooral deze namen die veelvuldig langskomen op deze fijne compilatie, verdeeld over twee schijven en aan elkaar gemixt door BBC Radio1 huis-dj Chris Read. Lekker old-skool, lekker vet.
Stéphane Pompougnac is de befaamde dj die eerst als ober in werkte en in zijn vrije tijd aan zijn muzikale aspiraties. Hij ontmoette Jean-Louis Costes, mede eigenaar van Hôtel Costes die hem vroeg om resident DJ te worden bij Hôtel Costes. De rest is geschiedenis of toch nog niet helemaal? Klopt, dit jaar kwam de compilatie nummer 15 uit.
Het downtempo album is zorgvuldig opgebouwd waarbij Pompougnac sounds van alle windstreken mixt. La Cravane met Grace Jones is misschien even wennen maar is zeker geen vreemde op het album. Luister ook eens naar de track van music producer Zahed Sultan, I want her but I don’t want her, de Arabische vertaling dan weliswaar. Een briljante track. Maar totaal gezien is het gewoon weer een heerlijk Hôtel Costes album.
1. Close To My Fire (Slackwax)
2. Away (Intergalactic Lovers)
3. Young, Beautiful etc. (Second Date)
4. 2 Swim - Blackjoy Version (Dj Cam featuring Chris James)
5. Idiosyncracy (Onsulade)
6. Beautiful Trash (Lanu featuring Megan Washington)
7. The Passenger (Kid Loco)
8. La Caravane (Brigitte Fontaine & Grace Jones)
9. I Want Her But I Don't Want Her (Zahed Sultan)
10. Brainwash (Tom Fire featuring Matthew Mc Anuff)
11. So Weit Wie Noch Nie - Original Mix (Jürgen Paape)
12. One By One (Stéphane Pompougnac)
13. Gravy Train - Nicolas Jaar Remix (Maceo Plex)
14. Lost in the City (Soulstice)
15. Mister Chicken (Deluxe)
16. Paris (Scratch Massive featuring Daniel Agust)
17. Guadalquivir (Dj ClicK featuring Valentina Casula)
18. I Can t Help Thinking About You (Variety Lab)
Nederlands Grootste Nachtmerrie sloeg in 2007 in als een bom. Het provocatieve album zorgde voor een flinke buzz rond de charismatische rapper. Er volgden kamervragen, hij werd in media verward met Mohammed B en Salah's beruchte hoesafbeelding werd door Wilders gebruikt in Fitna. Er worden twee rechtzaken aangespannen welke beide door de artiest, die zichtbaar van alle commotie leek te smullen, worden gewonnen. Na het album maakt Salah Edin een wisselend ontvangen Arabisch album (Horr) en speelt diverse film en tv-rollen.
Op zijn nieuwe album WO11 lijkt Salah Edin wederom een bommetje te willen gooien. De titels zijn verwijzingen naar 40-45 (' t Verzet, Mijn Kamp etc), maar eigenlijk is de plaat veel minder politiek dan de titel (Willem Oltmans de tweede) wil doen geloven. Natuurlijk wordt er nog fanatiek gestreden voor de Palestijnse Zaak en neemt de bebaarde mc zeker geen blad voor de mond, maar de toon is milder en duidelijk bedachtzamer. Muzikaal gezien is WO11 ook een flinke vooruitgang t.o.v. haar voorganger. Shroom, Soulsearchin'' en Toba geven het geheel een volwassen, volle en internationale sound. Boven alles is Salah Edin een betere rapper geworden. Eentje die wederom de controverse zoekt en zal vinden, maar die dat ditmaal weet te verpakken in een artistiek hoogwaardige vorm.
Ooit pioniers bij uitstek van de moderne dub, inmiddels een gevestigde naam. Die tegelijk nog niets van zijn relevantie heeft verloren, dankzij het recept van rootsy riddims en vrolijke avonturen in dub outer space. State Of Mind blinkt uit door een fijne warmte. Daarvoor verantwoordelijk zijn onder meer gastvocalisten Dubdadda, Lua, Brinsley Forde, Ras Python and Jazzmin Tutum, maar vooral een waarlijk hemelse blazerssectie.
De uit Kroatie afkomstige guitarist Galoic kwamen we al eerder tegen in de wereldmuziek band Hotel. Met zijn eigen Sprinkhaan (=Skakavac) orkest neemt hij eenzelfde eclectische houding aan, hoewel de Oost-Europese Balkan muziek natuurlijk wel de belangrijkste invloed blijft. Dat betekent een vooral door blazers beheerste sound, waarop vooral gedanst en gefeest kan worden. Gecombineerd met de humor en relativering van Galoic, met de ode aan de discotheek in Till I’m 82 als treffendste voorbeeld, resulterend in een swingend en boeiend album.
Hoewel zanger/gitarist Lameirinhas Portugees van geboorte is, volbracht hij zijn muzikale opleiding vooral daarbuiten, wat er ongetwijfeld toe heeft geleidt dat hij moeiteloos aanverwante muziekstijlen weet te combineren met zijn roots. De Kaapverdische Morna die in Poeta terug gehoord wordt ligt dan nog dicht bij huis, de jazz die gastspeler Eric Vloeimans meeneemt is al wat minder voor de hand liggend, maar daarom niet minder op zijn plek. Verder bijdragen van Paul De Munnik op dit ingetogen, sfeervolle album.
Na een albumstilte van acht jaar, wordt het lange wachten eindelijk beloond met nieuw werk van deze oldschool Trash-metal band uit New York. Een comeback lijkt hiermee te zijn ingeluid. Muzikale oude tijden herleven, want ook zanger Joey Belladonna is sinds 1992 teruggekeerd op het nest. Belladonna laat horen nog steeds over een bijzondere inhoud te beschikken die erg strak klinkt, zo bewijst opener Earth On Hell. Strakke en snelle gitaarriffs worden vergezeld door een lekkere, krankzinnig snelle drumpartij. Wij snappen weer waarom deze gasten bij de Big Four horen. De juiste afwisseling in de nummers houden, net als een goede film, de spanning tot de laatste noot uitstekend vast. Het geluid is niet heel vernieuwend, maar wat zou het! Dit gaat er tenminste in als zoete koek. Het absolute hoogtepunt is toch wel In The End, wat gaat over het verlies van Ronnie Dio en Dimebag Darrel. Veel betere metalalbums zullen er dit jaar niet voorbij meer komen! Metal to metal!
Chickenfoot lijkt met III het ‘tweede plaat’-syndroom te hebben willen vermijden en III is dan ook opnieuw een prima werkstuk van de band. Opnieuw valt op hoe goed de band op elkaar aansluit: Joe Satriani die in dienst van de nummers speelt, Chad Smith die fantastisch drumt en Michael Anthony die niet alleen prima speelt maar ook door middel van zijn achtergrond vocalen meermaals doet denken aan de topdagen van zijn voormalige band. Dit laatste in combinatie met de in een topvorm verkerende Sammy Hagar zorgt voor raakvlakken met Van Halen. Toch is ook deze keer een te directe vergelijking goed omzeilt aangezien de muziek beduidend anders is. Overigens ook anders dan de eerste plaat. Was die erg zwaar, deze is een stuk lichter zonder de kwaliteit te verliezen trouwens. III bevat prachtig rockwerk en is een fantastische opvolger van het eveneens prachtige titelloze debuut. Supergroep? Chickenfoot bewijst dat vooral goede muziek belangrijk is!
Wie luistert naar de eerste tonen van de nieuwe Evile plaat zou zomaar het idee kunnen hebben in een Metallicaplaat te zijn beland van een flink aantal jaren geleden. Dat raakvlak is niet zo vreemd, zo worden de muzikanten van die band genoemd als invloed en werd hun eerste plaat geproduceerd door Flemming Rasmussen die eerder die andere band produceerde. Evile blijkt echter prima op dreef en heeft met Five Serpent’s Teeth een prachtige plaat uitgebracht zoals er vroeger regelmatig gemaakt werden. Agressief, knallend en goed verzorgd maar het meest opvallend is de gretigheid die de band ten toon spreidt. Eigenlijk is er niets met deze plaat mis en zou je hem kunnen beschouwen als de plaat die de Bay Area-band nooit maakte en dat mag als een compliment opgevat worden. Trashers moeten Five Serpent’s Teeth zeker gaan beluisteren. Zij zullen horen dat het Engelse Evile een band is om rekening mee te houden.
Pell rammelt met een zekere regelmaat zijn plaatjes er uit. Was zijn laatste The Crest van een grote schoonheid, The Ballads IV kent zoals de titel al doet vermoeden beduidend minder variatie. Naast een aantal eigen stukken is er ook een aantal opgenomen van anderen in een ballad-achtige constructie. Zo vinden we oa. Love Gun (Kiss) en Holy Diver (Dio) terug in een arrangement waar ik eerlijk gezegd niet erg warm voor loop. Gek genoeg zijn het vooral de nummers van Pell zelf die het best zijn met overigens opnieuw zanger Johnny Gioeli in een hoofdrol. Het zorgt er wel voor dat The Ballads IV net als eerdere uitgaves in deze reeks een beetje hinkt op twee gedachten.
Het wordt bijna wanstaltig, maar ook het Engelse Rise To Remain heeft met hun City Of Vultures een geweldige moderne metal plaat gemaakt. All Shall Perish, Suicide Silence, BlackTide. Waar komen al die bands toch vandaan? Rise To Remain wordt voor het gemak metalcore genoemd, maar op de door oudgediende Colin Richardson geproduceerde debuutplaat hoor ik blastbeats, progressieve metal, technische deathmetal, een krachtige heldere stem, donkere growls en weer zo’n ongelooflijk goede (solo)gitarist. Zeg het maar. Het is prachtig, intens en fris. Om gelukkig van te worden.
Het Amerikaanse Saviours klinkt op de vierde cd Death’s Procession heel erg vintage. De bonte mengeling van doommetal, blues, jaren 70 hardrock en NWOBHM heeft een smakelijk occult tintje en wordt heerlijk au naturel gebracht. Zanger Austin Barber overschreeuwt zijn stem op soortgelijke schorre wijze als Lemmy, maar dan minder donkerbruin natuurlijk. Saviours kan heerlijk uitgesponnen los gaan, hanteert een eigenwijze muzikale opbouw en mijdt daarbij zorgvuldig het meest toegankelijke pad.
Ik heb de nieuwe cd van Textures in korte tijd flink wat keren beluisterd, maar ik voel nog steeds geen vaste grond onder mijn voeten. Ik ben van een rots gesprongen en nog altijd in vrije val. Wat een veelzijdigheid, wat een controle, wat een spanning, wat een prachtige, diepe melodieën en wat een orkaan van extreem geluid. Op de vierde cd Dualism hebben de Tilburgers hun sound verfijnd en hun enorme talent en ervaring aangewend om met een karrenvracht aan techniek prachtige songs te schrijven met invalshoeken vanuit alle metalen subgenres. Vaak met een heerlijke machinale gitaar als basis, met ritmes en melodieën die via concentrische bewegingen prachtige in elkaar vallen, donker beukwerk dat met vuurwerk openspringt en de heerlijke krachtige en duidelijke strot van Daniel de Jongh. En vaak gewoon zo mooi. Zo mooi! Dualism is een genot voor oor en metalhart; een spraakmakende plaat die dikke kippenvel oplevert.
John Wesley is de tweede stem en gitarist bij Porcupine Tree op het podium. Met zijn laag geprijsde solo-cd The Lilypad Suite treedt hij nadrukkelijk uit de schaduw van zijn leider Steve Wilson. Hij heeft een mooie stem en blijkt ook een prima tekstdichter. The Lilypad Suite is losjes opgehangen aan het gegeven dat een dochter haar vader, die haar kennelijk laat barsten, ontzettend mist. De muziek is lieflijk, dan weer rauw of loodzwaar en de galmknop staat meestentijds wagenwijd open om de dramatiek in de suite te benadrukken. Gitaarpartijen zijn lustig op elkaar gestapeld en toetsenborden blijven onaangeroerd. John Welsey is er ondanks deze aanpak in geslaagd om toch een toegankelijke plaat af te leveren met songs die al snel beklijven en niet snel vervelen doordat er muzikaal telkens veel gebeurt. En vaders die te weinig contact met hun kinderen hebben, schrikken zich dood als de betekenis van The Lilypad Suite tot hen door dringt.
1. Grace for Drowning (2.00) 2. Sectarian (8.00) 3. Deform to Form a Star (8.00) 4. No Part of Me (5.45) 5. Postcard (4.30) 6. Raider Prelude (2.30) 7. Remainder the Black Dog (9.15)br>
Vol 2 : - like dust I have cleared from my eyebr>
1. Belle de Jour (3.00) 2. Index (4.45) 3. Track One (4.15) 4. Raider II (23.15)
5. Like Dust I Have Cleared From My Eye (8.00)
Behalve als muzikant is Steven Wilson de laatste jaren ook steeds actiever als producer. Hij helpt niet alleen bands als Opeth en Anathema, maar was recent ook verantwoordelijk voor remasters van King Crimson en Caravan. Vooral dat laatste hoor je terug op zijn tweede solo dubbelalbum Grace For Drowning. Net als Insurgentes is Grace For Drowning een uitlaadklep voor ideeën die hij niet in andere projecten kwijt kan. In tegenstelling tot veel andere artiesten, levert dat bij Wilson een uitermate boeiende, afwisselende plaat op. De lange songs op het album leunen zwaar op King Crimson, waarbij Sectarian ronduit klinkt als een update van hun klassieker Red. Het magnum opus Raider II mengt daar nog wat Canterbury invloeden doorheen. Het lieflijk klinkende Deform A Star had zo een Porcupine Tree of lang Blackfield nummer kunnen zijn. Maar Grace For Drowning bevat ook industriële geluidscollages, een bezwerende gothic instrumental en sluit af met een typische lome Wilson song, die langzaam uitsterft in kosmische klanken. Grace For Drowning komt in een oneindige hoeveelheid formats tot ons, waaronder vinyl, bluray, mediabook en ook nog een doodgewone dubbel CD.
1. Grace for Drowning (2.00) 2. Sectarian (8.00) 3. Deform to Form a Star (8.00) 4. No Part of Me (5.45) 5. Postcard (4.30) 6. Raider Prelude (2.30) 7. Remainder the Black Dog (9.15)
Vol 2 : - like dust I have cleared from my eye
1. Belle de Jour (3.00) 2. Index (4.45) 3. Track One (4.15) 4. Raider II (23.15)
5. Like Dust I Have Cleared From My Eye (8.00)
Behalve als muzikant is Steven Wilson de laatste jaren ook steeds actiever als producer. Hij helpt niet alleen bands als Opeth en Anathema, maar was recent ook verantwoordelijk voor remasters van King Crimson en Caravan. Vooral dat laatste hoor je terug op zijn tweede solo dubbelalbum Grace For Drowning. Net als Insurgentes is Grace For Drowning een uitlaadklep voor ideeën die hij niet in andere projecten kwijt kan. In tegenstelling tot veel andere artiesten, levert dat bij Wilson een uitermate boeiende, afwisselende plaat op. De lange songs op het album leunen zwaar op King Crimson, waarbij Sectarian ronduit klinkt als een update van hun klassieker Red. Het magnum opus Raider II mengt daar nog wat Canterbury invloeden doorheen. Het lieflijk klinkende Deform A Star had zo een Porcupine Tree of lang Blackfield nummer kunnen zijn. Maar Grace For Drowning bevat ook industriële geluidscollages, een bezwerende gothic instrumental en sluit af met een typische lome Wilson song, die langzaam uitsterft in kosmische klanken. Grace For Drowning komt in een oneindige hoeveelheid formats tot ons, waaronder vinyl, bluray, mediabook en ook nog een doodgewone dubbel CD.
25 oktober – Amsterdam, Paradiso 30 oktober – Zoetermeer, De Boerderij
We zijn gewend aan albums waarop aria’s uit verschillende cantates van Bach ten gehore worden gebracht. Ook koor-cd’s met selecties daaruit zijn talrijk. Het op authentieke instrumenten spelende Accademia Bizantina komt met een relatief novum: op dit album klinken louter instrumentale delen uit de cantates, hetgeen resulteert in een verrassend album, waarbij voor het gehoor – en eventueel met behulp van de programmeerknop – geheel nieuwe orkestsuites ontstaan. Intrigerend, en prachtig gespeeld, al blijven de complete cantates superieur.
Vele jaren was Marin Marais – bespeler van de viol, die halverwege de achttiende eeuw in ongebruik raakte – de topmusicus aan het hoef van Louis XIV, totdat de zeventienjarige Antoine Forqueray met zijn gepassioneerde spel zijn positie bedreigt. De tegenstelling tussen de meester en de improviserende jongeling ofwel die tussen de engel (Les Violes du Ciel) en de duivel (Les Violes de l’Enter) is snel geboren. De gebroeders Alqhai spelen op de viola da gamba werken van beide componisten om aan te tonen dat je als engel én als duivel kunt spelen. Prachtig gespeelde werken waarvan de melodie blijft hangen.
Rinaldo Allessandrini beschikt over drie uitstekende sopranen en twee alten, tenoren en bassen met wie hij zeven Mariawerken van Monterverdi, Bencini, Melani, Soler, Scarlatti, Carissimi en Stravinsky brengt. Deze drie Magnificats en twee Salve Reginas liggen qua stijl dicht bij elkaar. Toch weet Allessandrini met elk werk een eigen specifieke sfeer te scheppen. Dit programma opent met het stil makende Litani della Beata Vergine van Monteverdi en eindigt met het Ave Maria van Stravinsky, dat uitstekend past bij dit zestiende- en zeventiende-eeuwse repertoire.
Maria Callas blijft, 34 jaar naar haar dood, fascineren en is de bestverkopende artiest ooit van EMI Classics. Hierdoor worden helaas maar al te vaak haar opnamen liefdeloos heruitgebracht, maar deze dubbel-cd is daarop een uitzondering. Het betreft namelijk de soundtrack bij de bijgevoegde dvd, waarop aan de hand van ooggetuigen en beroemde fans die haar veel later ontdekt hebben een beeld geschetst wordt van een onschuldig meisje dat zou uitgroeien tot een tragische heldin die voor velen een inspiratiebron is.
Tekst: EMI
Maria Callas’ bijzondere karakter en unieke interpretaties maakten haar
tot een icoon: ook na haar dood bleef zij voortbestaan als diva. Tot op de
dag van vandaag spreekt ze tot de verbeelding en is de bestverkopende
sopraan ter wereld. Op deze luxe uitgevoerde 2CD volgen we haar van
jonge onschuldige vrouw tot de tragische heldin in de laatste jaren van haar
carrière. De 75 min. durende DVD poogt het mysterie van ‘The Callas Effect’
te ontrafelen, a must see!
Tekst: EMI
In de zeventiende en achttiende eeuw was de zarzuela zeer geliefd aan de Spaanse hoven. Deze vorm van muziektheater wordt gekenmerkt door combinatie van gesproken en gezongen tekst. José de Nebra (1702-1768) schreef er meer dan vijftig, waarvan het merendeel op enkele aria’s na verloren is gegaan. Dankzij het nauwgezette speurwerk van Emilio Moreno en El Concierto Español horen we nu voor het eerst in ruim driehonderd jaar alle muziek uit Iphigenia en Tracia (gebaseerd op dezelfde stof als Glucks opera’s waarmee De Nederlandse Opera deze maand triomfen viert). Het blijkt een onverwacht meesterwerk, geschreven voor vrijwel louter vrouwenstemmen en koor. Traditionele Spaanse muziekstijlen (seguidillas en coplas) worden zeer geraffineerd vermengd met invloeden uit de Italiaanse da capo opera, wat resulteert in de verrassendste operaopname van de maand, prachtig vastgelegd en vormgegeven door Glossa.
Dat Johann Sebastian Bach uit een muzikantenfamilie komt is algemeen bekend; maar de muziek van de neef van zijn vader Johann Christoph kennen slechts weinigen. Jammer, want het is zeker de moeite waard. En het is zeker dat Johann Christoph veel invloed heft gehad op de muziek van zijn jonger neef. John Eliot Gardner en The English Baroque Soloists halen een aantal vocale werken uit de vergetelheid. De motetten, aria’s, lamenten en dialogen zijn bijna allemaal triest en donker van toon, zoals gebruikelijk in die tijd in Luthers Duitsland. Ze zijn prachtig gezongen en uitgevoerd en live opgenomen in april 2009.
Vorige maand vierde de Franse sopraan Veronique Gens triomfen bij De Nederlandse Opera in Glucks Iphigénie en Aulide. Een componist wiens werk ruim vertegenwoordigd was op de eerste twee Tragédiennes-cd’s. Op dit derde deel staat wederom de Franse operageschiedenis centraal, met ditmaal de nadruk op aria’s uit de tweede helft van de achttiende en de negentiende eeuw. Naast Gluck horen we gloedvolle vertolkingen van o.a. Berlioz, Meyerbeer en Massenet, waarbij Gens het mezzorepertoire met verve verkent. De uitmuntende begeleiding van Les Talens Lyriques maakt ook dit derde deel weer tot een succes.
Tekst: EMI
De Franse sopraan Véronique Gens wordt op dit derde ‘Tragédiennes’ album
wederom bijgestaan door Christophe Rousset en Les Talens Lyriques. Verschillende
facetten van het Franse operarepertoire uit de laat 18e en 19e eeuw komen
aan bod. We reizen met hen mee van Carthago naar Palestina, van de Pyreneeën
naar Tudor England, in werken van Gluck, Berlioz, Verdi, Saint-Saëns e.v.a. De
meeste stukken op deze CD zijn oorspronkelijk bedoeld voor mezzo-sopraan, wat
met het warme timbre van sopraan Gens prachtig uitpakt.
Elk jaar brengt EMI Frankrijk een bundeling uit van twee bestaande albums
van de belangrijkste EMI/Virgin Classics-artiesten. Het gaat hierbij altijd om
een tijdelijke aanbieding, waar we tijdens deze A…K-campagne graag op
meeliften. Dit keer is het Philippe Jaroussky, die op de CD’s ‘Stabat Mater’
en ‘Un Concert Pour Mazarin’ vol overtuiging laat zien dat hij dé countertenor
van dit moment is, met een ‘jaw-dropping technique, thoughtful
musicianship and uncannily pure tone.’
Tekst: EMI
Hun debuut werd met platina onderscheiden en bovendien ontvingen ze de allereerste Concertgebouw Young Talent Award én de Edison Luister Publieksprijs. Op hun tweede album voor Deutsche Grammophon zijn de broers Arthur (14) en Lucas (18) Jussen opnieuw wederom solo en als duo te horen. Centraal staat ditmaal Schubert, waarvan beiden vier impromptus solo spelen. Dat doen ze vol enthousiasme, maar het is de bonusschijf die deze release echt interessant maakt. Daarop horen we namelijk veel minder uitgevoerde vierhandige werken, zoals de relatief onbekende vier polonaises voor vier handen en de imposante fantasie in F. Nieuw succes kan niet uitblijven.
Maurice Duruflé daagde Poulenc uit om aan de vernieuwingsdrang deel te nemen, zelf bleef hij bij het vertrouwde gregoriaans, dat voor hem als organist en componist van grote invloed bleef. Wiecher Mandemaker brengt met de nog jonge Laurenscantorij en het Laurens Collegium Rotterdam alle vocale werken van Maurice Duruflé zoals het Requiem, de Messe Cum Jubilio de vier motetten en zijn laatste werk, het aandoenlijke Notre-Pèree. Mandemaker weet door de koren en het uitstekende orgelspel van Hayo Boerema een sfeervolle aanstekelijke opname – in de traditie van de componist - neer te zetten. Een aanrader voor de koorliefhebber.
Het befaamde Les Arts Florissants werd in 1979 door William Christie opgericht en maakte al ontelbare bejubelde (barok)opnamen. De laatste jaren dirigeert tenor Paul Agnew het orkest en koor met grote regelmaat en nu voor het eerst op cd in een serie (vrijwel) a capalla werken uit de zeventiende eeuw. Het begint hartverscheurend mooi met Scarlatti’s Stabat Matar, waarbij eens te meer opvalt hoe het koor elke nuance feilloos weergeeft. Schitterend is ook Caldera’s Crucifixus à 16 voci, dat slechts vier minuten klokt, maar tot een van de mooiste klaagzangen op deze cd behoort. Warm aanbevolen.
Tekst: EMI
De zangers van Les Arts Florissants, een van de meest invloedrijke ensembles
ter wereld als het gaat om authentieke uitvoeringen, brengen o.l.v. tenor Paul
Agnew op deze CD een aantal meesterwerken van de Italiaanse kerkmuziek in de
barok, waaronder het Stabat Mater van Scarlatti. De opname vond plaats in de
9e eeuwse Benedictijner abdij in Ambronay in Oost-Frankrijk. Het resultaat is een
CD met prachtige polyfone a-cappellawerken, uitgevoerd met een ongekende
transparantie.
Countertenor Benjun Mehta maakte op komeetachtige wijze naam in het barokrepertoire en leverde vorig jaar een van beste Händel-albums in jaren af. Des te verrassender dat hij op zijn tweede album voor Harmonia Mundi kiest voor Britse componisten uit het begin van de twintigste eeuw. Samen met pianist Julius Drake brengt hij fenomenale interpretaties van liederen van Britten, Gurney, Stanford, Finzi, Vaughan Williams en Quilter. Speciale vermelding verdient Tipetts bewerking van Purcells Music for a while. Een even verrassende als adembenemende cd van een groot zanger.
Vijfendertig jaar geleden trad de dertienjarige Anne-Sophie Mutter voor het eerst op. Onder de vleugels van Von Karajan is zij uitgegroeid tot één van de allergrootste violistes. Zij speelt graag nieuwe werken, zodat zij met de schepper van de muziek over het werk kan praten. Het liefst speelt zij na elk nieuw orkestwerk een nieuw kamermuziekwerk. Dit album met louter wereldpremières bevat twee vioolconcerten en twee duetten met Roman Patkoló. Wolfgang Rihm levert een prachtig vioolconcert (Lichtes Spiel) en duet (Dyade). Sebastiaan Currier en Krzystof Penderecki tekenen voor de overige werken. Mutter speelt fenomenaal en toont wederom aan dat zij tot de wereldtop behoort.
De laatste opera van Puccini – de componist liet de partituur onvoltooid achter – is een wreed sprookje, en roept net als Verdi’s Aida maar al te vaak het slechtste in regisseurs naar boven. Franco Zaffirelli, wereldberoemd geworden met zijn bombastische ensceneringen voor de New Yorkse Met, herhaalt zijn handelsmerk in de Arena van Verona. Toegegeven, de locatie is prachtig en nodigt uit tot grootse gebaren, maar het is te voorspelbaar. Daarbij wordt Zaffirelli geholpen door een cast van louter grote namen die hier echter enigszins teleurstellen. In de titelrol is Maria Guleghina vlak, en Salvatore Licretia mist de finesse in Nessun dorma, dat hij zelfs tweemaal ten gehore brengt.
Na de succesvolle opnamen van Winterreise en Die schöne Müllerin die door de internationale pers lovend werden ontvangen, alsmede een Grammophone award voor de beste solo opname 2010, ronden Mark Padmore en Paul Lewis met Schwanengesang de grote liederencycli van Schubert af. In zijn sterfjaar ondervindt Schubert steeds meer hinder van zijn gezondheid, waardoor zijn laatste liederen sober zijn gestemd. Die Taubenpost is wellicht zijn laatste compositie. Door de langzame tempi geven Padmore en Lewis een extra dimensie aan deze uitstekend gezongen liederen. Het album wordt besloten met een indrukkend Auf dem Strom (met hoornsolo van Richard Watkins) en Die Sterne.
Met zijn gepassioneerde en zeer virtuoze spel verwierf Antoine Forqueray (1671-1745) een bevoorrechte positie aan het Franse hof. Hij schreef vele composities voor zijn instrument, de viola de gamba, een instrument verwant aan de luit, dat later in onbruik zou raken en zijn plaats af moest staan aan de cello. Jean-Baptiste Forqueray nam de positie van zijn vader over en stelde op basis van schetsen vijf suites voor viola de gamba en basso continuo samen, waarbij hij ook drietal eigen stukken toevoegde. Op deze prachtig vormgegeven en van een voorbeeldige inleiding voorziene Glossa-uitgave worden ze virtuoos en met oog voor detail gespeeld door specialist Paolo Pandolfo en ensemble.
Pianist en musicoloog Ralph van Raat is een groot pleitbezorger van hedendaagse muziek. Dit album is gevuld met pianomuziek van de Estse componist Arvo Pärt. Het album opent met twee Sonatinen die – ondanks de grote stijlbreuk in de jaren zeventig – nog steeds indruk maken. Naast het ingetogen breekbare Für Alina, het verkennende Variationen zur Gesundung von Arnuschka en het vrolijke vlotte Für Anna Maria volgt een uitmuntend gespeeld concert. In Lamente voor piano en orkest brengt Pärt een hommage aan Anis Kapoor en zijn Marsyas kunstwerk, dat getuige de muziek imposant en indrukwekkend is. Naast zijn uitstekende prestaties, levert Van Raat een heldere toelichting op Pärt’s werk.
Javier Perianes (1978) laat op dit album horen hoe de pianomuziek van Manuel de Falla (1876-1946) zich compositorisch in zo’n kleine veertig jaar ontwikkelde. Werken van een jonge De Falla nog onder invloed van componisten als Chopin en Satie en latere werken die veel meer stemmingen en diepgang laten horen. Van frivool, met Spaanse temperament en grillig tot impressionistische invloeden. Perianes brengt dit alles op een volwassen manier tot klinken, met innerlijke rust en gevoel voor frasering ondersteund door een prachtige sonore en dan weer parelende klank. De Noches en los jardines de España voor piano en orkest maken het beeld compleet voor diegenen die eens kennis willen maken met de muziek van De Falla.
De charismatische Cubaanse meesterpianist Jorge Luis Prats geeft voor het vierde opeenvolgende seizoen acte de présence in de serie Meesterpianisten in het Concertgebouw en heeft al vele cd’s op zijn naam voor alle grote labels. Dit is echter zijn debuut voor Decca, waarbij hij zich concentreert op Spaans en Zuid-Amerikaans werk dat hem als de spreekwoordelijke handschoen past. Passie is duidelijk hoorbaar, maar nergens vliegt deze meester uit de bocht. Een heerlijk recital, met te weinig gehoorde werken.
Vorige maand verscheen nog een nieuwe cd van het Quatuor Ebène met Mozart-kwartetten, nu ligt weer een dvd in de winkels. Het betreft hier een in Parijs gefilmde registratie van hun Fiction-programma, waarbij het kwartet net als op de gelijknamige cd wordt bijgestaan door sopraan Natalie Dessay, jazzzangeres Stacey Kent en percussionist Richard Héry in een reeks enerverende vertolkingen van pop-, film- en jazzklassiekers. Nieuw zijn Libertango (Piazzolla) en Miles Davis’ All blues / So what, en in het bonusgedeelte What are you doing the rest of your life (met Dessay) en Les eaux de mars (met Kent). Het bewijs dat strijkkwartetten zeker niet voorspelbaar hoeven te zijn op het concertpodium.
Johann Christian was de jongste zoon van Johann Sebastian. Zijn vader stierf toen hij vijftien was. Hij studeerde muziek in Berlijn maar ging al snel naar Italië en bleef daar studeren en werken. Hij liet de Duitse traditie los en werd een Italiaanse componist. Hij werd organist in Milaan. In Milaan schreef hij zijn eerste grote sacrale werken waaronder dit Requiem en Miserere. Het Requiem is bevat niet alle vaste onderdelen van een Requiem de vorm is niet traditioneel. Maar de werken werden met groot enthousiasme ontvangen en nu nog steeds zijn ze schitterend. Complimenten aan de Akademie für Alte Musik Berlin en de solisten voor de vertolking!
Simon Rattle nam Schönbergs eerste kamersymfonie en diens zeker in het slotdeel opmerkelijke orkestratie van Brahms’ eerste pianokwartet al eerder op, maar doet dat nu met het Berliner Philharmoniker, het orkest dat hij sinds 2002 leidt. Hij opteert bovendien niet voor de oorspronkelijke versie van de kamersymfonie, maar voor de versie voor groot orkest. Deze versie is minder stekelig, maar sluit mooi aan op het expressionistische Begleitungsmusik zu einer Lichtspeilscene, het enige werk dat Rattle nog niet eerder opnam. We horen hier niet de avant-gardistische kant Schönberg, maar deze meer toegankelijke werken zijn in uitstekende handen bij Rattle en de Berliner.
Tekst EMI:
Na het uitbrengen van de complete Brahms symfonieën, richten Sir
Simon Rattle en de Berliner Philharmoniker
zich met deze nieuwe CD op
Arnold Schoenberg, een groot bewonderaar van Brahms’ muziek. In drie
contrasterende werken wordt de sfeer van modernisme, romantiek en
classisme opgeroepen. Opgenomen in de Philharmonie in Berlijn, biedt deze
imponerende CD Schoenberg’s orchestratie van Brahms’ Piano Quartet in G
minor, Begleitungsmusik
zu einer Lichtspielszene (Accompanying Music to a
Film) én Chamber Symphony No. 1 (in de versie voor orkest).
Liefhebbers van oude Amerikaanse MGM film musicals opgelet. Een aantal klassieke nummers is weer tot leven gebracht door John Wilson en zijn orkest. Met veel inzet en geduld heeft hij de originele noten gereconstrueerd omdat alle documentatie was vernietigd in een ondoordacht moment door de nieuwe eigenaren van de filmmaatschappij. Het resultaat mag er zijn, ook door de goed gekozen vocalisten. Een stukje (film)geschiedenis herleeft. Naast de cd wordt ook een dvd meegeleverd waarop een kijkje achter de schermen en voor een aantal nummers een karaoke-versie: meezingen dus!
Robert Zuidam (1964) weet als operacomponist nationaal en internationaal de aandacht op zich te vestigen. Dat komt door spraakmakende producties over historische figuren zoals Patricia Hearst en Johanna de Waanzinnige. Deze productie gaat over het leven van Suster Bertken, die zich begin zestiende eeuw liet inmetselen bij de Buurkerk in Utrecht om optimaal haar Schepper te dienen. In prachtige ijle zanglijnen vertolkt Katrien Baerts de teksten van Suster Bertken, die het aardse achter zich laat. Hubert Claessens zet een overtuigende saxofoon spelende prior neer. Een aanrader voor liefhebbers van de moderne opera.