Moke - Interview
Interview met Phil Tilli van Moke
De weg die Moke met het debuut Shorland plaveide, moet de Amsterdamse rockgroep met de opvolger The Long And Dangerous Sea brengen naar... Ja, waar naar toe eigenlijk? Voor gitarist Phil Tilli zijn er geen twijfels. Moke wil bereiken wat hun voorgangers The Fatal Flowers net niet voor elkaar kregen: wereldfaam.
Door: Ruben Eg
Het regent pijpenstelen als Phil Tilli komt aanzetten in een buurtcafé in de Amsterdamse Jordaan. Moke’s tweede album The Long And Dangerous Sea is af en de band is druk aan het repeteren voor het optreden op het Lowlands-festival, drie weken later. “Ik hoop dat ze jouw artikel eerst lezen voor ze ons op Lowlands zien!”, lacht de gitarist. Het gesprek is op dat moment aanbeland op de naderende comeback van Moke op de Nederlandse podia. De band heeft met het nieuwe album een stap verder willen zetten, onder meer door met strijkers te werken. Nu het album eenmaal is voltooid, rest de vraag hoe het vijftal dat live gaat oplossen. “Misschien passen we de nummers wel per situatie aan, door bijvoorbeeld voor een radioshow iets anders te doen dan voor een groot optreden”, aldus Tilli. “Ach, we kunnen alle kanten op en moeten nu gewoon zo smaakvol mogelijk kiezen. Uiteindelijk is het vooral belangrijk dat de band staat. We hebben de liedjes eerst opgenomen zonder orkest, maar in het eindproduct zitten wel allemaal dingen die qua klank en melodie essentieel zijn. Dus we zijn er nog niet helemaal uit. Het wordt spannend voor de bezoeker op Lowlands!”
Switch is de eerste single van The Long And Dangerous Sea. Het klinkt door de prominente synthesizergeluid heel anders dan jullie bekende gitaarsound, hoewel het ergens toch ook weer heel vertrouwd overkomt.
“Veel mensen zullen het zeker al snel anders vinden. Maar het is toch gewoon heel erg Moke. Die toetsen zijn overal op de plaat heel prominent aanwezig. Eddy (Steeneken, red.) heeft echt een glansrol, een hele bewuste keuze overigens. In negen van de tien liedjes op het album is dan ook nog een heel orkest. Op de single is dat nog niet eens zo nadrukkelijk aanwezig. Alleen in de brug een beetje.”
Moke met een orkest?
“Wij hebben eerder een akoestisch tourtje gedaan, met vier strijkers. Vier dames, hele leuke jonge meiden van het conservatorium. De eerste violiste, Julia Philippens, nam echt het voortouw met al die dingen. Zij zocht een orkest van jonge mensen bij elkaar. Superleuk. Veertien strijkers en vier of vijf blazers. Willem Friede van New Cool Collective heeft alle arrangementen gemaakt.”
Was er veel druk bij het maken van dit tweede album?
“Omdat het na Shorland heel hard met ons is gegaan was er weinig tijd om ons te focussen op een nieuwe plaat. Een superluxe, hoor. Al vanaf dag één ging het los. Een kleine clubtour, festivals, een grotere clubtour, nóg grotere festivals. Het ging aan één stuk door. En toen we dachten klaar te zijn, kwamen we in contact met Universal in Duitsland en konden we daar allemaal voorprogramma’s doen. In eerste instantie kwam die Duitse tour door ons oude, bekende contact met Paul Weller. Hij was in Nederland en ik wist van zijn nieuwe tournee door Europa. Dus toen ik hem zei dat we héél erg graag met hem zouden meegaan, antwoordde hij dat hij het morgen ging regelen. Ik sprak hem in augustus en in oktober begon de tour al.”
En, hoe was dat?
“Waanzinnig. We hebben écht in een touringcar heel Europa doorkruist. In Duitsland ging Universal overstag en bracht in januari meteen Shorland uit. Voor die release hebben ze ons nog op tournee weten te krijgen met Keane, Razorlight en Amy MacDonald; allemaal Duitse millionsellers. Maar om op je eerdere vraag terug te komen: door dit alles konden we pas vanaf begin dit jaar gericht aan dit album werken. We hadden tussen al die tournees gelukkig al vier liedjes geschreven en die in augustus in een week in Amsterdam in Studio 150 opgenomen. Door al die drukte hadden we geen tijd om meer te maken.”
Welke nummers waren die eerste vier?
“The Long & Dangerous Sea, Black And Blue, Lament en Terrible End. Voor die nummers hadden we de basis al opgenomen. We besloten daarom in januari alles wat we nog in Duitsland moesten doen met volle overgave te gaan doen, maar verder alle vrije dagen in te vullen met repeteren en schrijven. De deadline was 1 juni, want dan zouden we in Brussel de studio ingaan. Het was moeilijk om er aan toe te komen. Maar we hadden er vreselijk veel zin in. Af en toe werden we onderbroken door optredens en andere verplichtingen, maar tussendoor wisten we dat dit het ging worden. Omdat de nummers zo vers waren hebben we ze niet eens tijdens die optredens gespeeld. Alleen Terrible End tijdens de Weller-tour. De rest moest in de studio nog bijgeschaafd worden. Op Lowlands gaan we zeker vijf, zes nieuwe liedjes spelen. Heel speciaal na twee jaar Shorland.”
Wat is nu het grote verschil tussen beide albums?
“Bij de vorige plaat had Felix al veel af. Er waren dus al liedjes. Nu was er nog helemaal niets. De vijf individuen uit de band zijn echter altijd heel belangrijk geweest voor de sound van Moke. Daarbij wilden we heel bewust niet dezelfde plaat maken. We keken wel waar we uitkwamen.”
Jullie zijn studiofreaks? Geen band die live in de studio wil opnemen?
“De basis nemen we altijd eerst live op. Maar vaak blijft uiteindelijk alleen de drums staan. We zijn heel erg op sound. Als het even kan, kiezen we zelfs per nummer een andere basgitaar. De basistracks hebben we ditmaal opgenomen in ICP Studios in Brussel; een soort Walhalla voor muzikanten en studiofreaks. Alles is er werkelijk. Apparatuur, oude versterkers en gitaren. Er is alles voor de Gibson, tot akoestische en elektrische gitaren, Les Paul, Fender, rare sitars. Dat zie je bijna nergens. Voor elk nummer kun je kiezen wat je wilt. Dat is superleuk, maar ook heel inspirerend. De hele plaat is dus in de studio opgebouwd. Daar is trouwens niets speciaals aan, elke plaat wordt tegenwoordig zo opgenomen.”
Toch is er een trend onder veel gitaarbands om alles live en snel op te nemen.
“Je moet het omdraaien. Je moet zorgen dat je in de studio het onderste uit de kan haalt en dat dan probeert live te spelen. Als dat lukt heb je op twee fronten gewonnen: je hebt een betere plaat gemaakt dan je vooraf voor mogelijk had gehouden én je bent live beter geworden omdat de mogelijkheden uit de studio je de ogen hebben geopend.”
Moke wordt vaak met The Fatal Flowers vergeleken. Die werden echter gestraft voor het rocker-zijn in Holland.
“The Fatal Flowers is één van mijn favoriete bands. Ik ben opgegroeid met de Flowers, en heb ze ongelooflijk vaak zien spelen. Later ben ik goed bevriend geraakt met zanger Richard Janssen. Met Rex heb ik zelfs nog een tourtje met hem gedaan. Van Richard heb ik alleen maar ontzettend veel positieve dingen geleerd. Toen ik eindexamen deed wilde ik zijn zoals de Fatal Flowers. Onze bio begint met ‘Moke, dat zijn je buurjongens niet’. Dat zeiden mijn broer en ik altijd over de Flowers. Dat zijn niet de ‘boys next door’, dat zijn iconen. Ze hadden volgens mij alles mee en hadden veel verder kunnen komen. Hun einde kwam vooral door vier mensen onderling. Misschien dat wij wel iets zakelijker zijn dan zij. En betere vrienden vooral. We hebben nul twijfels over waar we naar toe willen. Dat is het geheim van een band. Ik denk dat de Flowers dat veel minder hadden.”
- EINDE
Een oud-collega
Gitarist Phil Tilli richtte jaren geleden in het hartje van de Amsterdamse Jordaan de cd-winkel Phantasio op. Onlangs deed de drukbezette muzikant zijn zaak over aan grote broer Concerto. “Ik heb nog vrij lang voor Plato gewerkt. Zeven jaar stond ik parttime in Plato in Leiden achter de toonbank”, herinnert Tilli. “Ik heb ook nog voor Plato Mania geschreven. Twee recensies per maand ofzo. In ’97 meen ik, helemaal in het begin van het blad.” Tilli is toch nog zijdelings betrokken bij Phantasio, als ambassadeur. “Ik woon hier in de buurt en heb de winkel opgericht. Door de drukte van de afgelopen periode is het er echter niet echt van gekomen om de winkel te promoten!”







